Auteur: Huib Akihary

Conservator bij het MHM

Beste lezers,

Ik ben Huib Akihary uit Rotterdam, 62 jaar oud, zoon van Piet (1932-2012) en Lies Akihary, kleinzoon van Opa Betus Akihary (1908-2000) en Jacobina Akihary-Nahumury (1910-1982). Anak Aboru dus. 

In ben in 1986 afgestudeerd in de kunst- en architectuurgeschiedenis. Kunst, architectuur, geschiedenis en cultuur heeft mijn bijzondere interesse. Als freelance kunsthistoricus doe ik onderzoek, verzorg ik publicaties en geef lezingen en workshops in Nederland en Indonesië. Ook maak ik tentoonstellingen in opdracht van musea in Nederland waaronder het Rijksmuseum in Amsterdam. In de jaren ’90 was ik betrokken bij het MHM en deed onderzoek naar de Molukse woonoorden. In de jaren 2009 tot 2011 was ik kort directeur van Museum Maluku in Utrecht. Sinds 2012 houd ik me vooral bezig met erfgoed in Nederland en Indonesië. 

In de afgelopen jaren ben ik actief betrokken bij verschillende initiatieven, zoals de Molukse Dag op het Kwaku Summer Festival in Amsterdam, stichting Rhythm of Maluku en stichting Moluccan Future Foundation

Samenstellen en beheer

Als conservator bij het MHM ben ik verantwoordelijk voor de samenstelling en het beheer van de museumcollectie. Die collectie bestaat bij het MHM uit een aantal delen: cultuurhistorische objecten, foto-archief, audio-visueel materiaal, archieven, databank en een uitgebreide bibliotheek met boeken, tijdschriften, krantenknipsels en brochures. 

Eén van mijn taken als conservator is om de collectie te ontsluiten door die goed te documenteren, door het geven van lezingen en door te schrijven over de Molukse geschiedenis en cultuur ahv objecten uit de collectie. 

Daarnaast ben ik ook inhoudelijk verantwoordelijk voor de permanente tentoonstelling en wisselexposities. Bij het MHM staan voor 2021 een wisselexpositie en de permanente tentoonstelling gepland. De samenstelling en invulling gebeurt overigens in nauwe samenspraak met bestuur MHM en met directeur Henry Timisela

Plannen

De ruimtes in Sophiahof zijn beperkt en vooralsnog ook ons budget. Het zal daarom een extra uitdaging zijn om het Molukse Geheugen of zo U wilt de Molukse Erfenis aantrekkelijk en toegankelijk te maken en te presenteren vanuit een nieuw breder perspectief. Een perspectief dat niet alleen interessant is, maar ook hopelijk zal prikkelen en zal uitnodigen tot reflectie en verdieping. U zal het van dichtbij kunnen volgen en naar wij hopen ook een niet-Moluks publiek. Over de verbreding van het perspectief gericht op een breed publiek heb ik veel met directeur Henry Timisela gesproken in de afgelopen weken. Ook over wat en over het hoe we het gaan doen. Daarbij werd een ding heel duidelijk. De inbreng van met name de jongere Molukse generaties is van wezenlijk belang. 

Samen met directeur Henry en het bestuur heb ik er alle vertrouwen in. Wij werken voorlopig nu in stilte achter de schermen. Maar hopelijk kunt u weer gauw het museum bezoeken. Blijf alle updates volgen via de website en via de sociale media. Like us, reageer en laat u horen! En mag ik U vragen om ons te steunen?  

Word Vriend van het MHM! 

Engelse koks op de New Australia

Op 29 april 1951 kwam het 5e transport met Molukse ex-KNIL militairen en hun gezinnen aan in de haven van Amsterdam. De New Australia was op 7 april vertrokken van de IJmuidenkade in de haven van Surabaya. Aan boord 497 KL-militairen en 1083 Molukse ex-KNIL militairen met gezinsleden. Kapitein D. Aitchinson stond aan het roer van dit Engelse schip

De SS New Australia is in 1931 als luxe passagiersboot gebouwd bij de werf Vickers-Armstrong Shipbuilders Ltd. nabij Newcastle-upon-Tyne (UK). Opdrachtgever was de Engelse rederij Furness, Whithy en Co. Onder naam Monarch of Bermuda voer het tot 1939 als cruiseschip tussen New York en de Bermuda’s. Kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd het verbouwd tot troepentransportschip en ingezet bij verschillende konvooien. Na de oorlog kocht de Britse overheid het schip en liet het ingrijpend verbouwen tot emigrantenschip voor 1600 passagiers. Onder de nieuwe naam New Australia bracht het emigranten naar Australië.

Op twee van de terugreizen naar Europa heeft de New Australia passagiers opgepikt op Java. Het eerste transport vertrok op 5 oktober 1950 met 1603 repatrianten van Tanjung Priok naar Rotterdam. Op 7 april 1951 volgde een tweede transport van 497 KL-militairen en 1083 Molukse militairen met hun gezinnen. De New Australia heeft tot 1966 gevaren. De laatste jaren onder de naam Arkadia van de Griekse rederij Greek Line. 
Meer over de geschiedenis van de New Australia kunt u lezen op de MHM –website in de rubriek  “de Collectie vertelt… over de New Australia”

Eerste transport 5 oktober 1950 

Met het eerste transport op 5 oktober 1950 ging de Fam. Balk mee. Vader P. Balk, moeder W. Balk – v.d. Zijl en hun 6 kinderen waaronder de dochters Sonja, Yvonne en Astrid. Na aankomst in NL werd de familie gehuisvest in het D.U.W.-kamp `De Haar’ bij Randwijk gemeente Heteren in de Betuwe. Dochter Sonja: “In groene houten barakken met potkachels. De moeders leerden daar hoe ze de kachel aan moesten maken met turf en eierkolen en de moeders leerden in de algemene keuken de Hollandse pot klaar maken.” In mei 1954 kwamen de eerste Molukkers in kamp De Haar wonen. 

Tweede transport 7 april 1951 

1.083 Molukse passagiers embarkeerden de New Australia op 6 en 7 april 1951. 587 Mannen, 495 vrouwen en 1 waarvan geslacht onbekend is. Namen van passagiers kunt u zelf vinden op de website `Aankomst van Molukkers’ van het Nationaal Archief. 

In de serie “Twaalf vaarten, twaalf verhalen” publiceerde het MHM in 2016 het mooie verhaal over Hanoch Marwa die met vrouw en 4 zonen de overtocht maakte met de New Australia. Zoon Eddy Marwa blikte destijds terug.  

Bron: delpher.nl 

De overtocht uit Indië van de Molukse militairen met hun gezinnen voorjaar 1951 is goed gedocumenteerd. Talloze berichten verschenen hier over in kranten in Nederland en in Indonesië. Deze krantenberichten zijn nu online terug te vinden op www.delpher.nl, de databank van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Ruim 300 artikelen gaan over de overtocht met de New Australia. 

Een paar voorbeelden geven wij hier: 

Algemeen Handelsblad, 1 maart 1951 

Majoor Mochtar Lubis, woordvoerder van het Indonesische ministerie van Defensie heeft aan Aneta medegedeeld dat 2 april de laatste Nederlandse militair uit Indonesië zal vertrekken. Op 1 maart 1950 melden vrijwel alle kranten in NL het nieuws. 
(Bron www.delpher.nl) 

De Vrije Pers 6 april 1951

(Bron www.delpher.nl)

Nieuwe Courant 6 april 1951

(Bron www.delpher.nl)

Het krantenartikel `K.L.-personeel op weg naar Nederland’ in de “Nieuwe Courant” van 6 april 1951 beschrijft de boot en het komende vertrek met de Molukse passagiers. 

“Aan boord zagen wij een zwembad, en bioscoopzaal, schitterend ingerichte rooksalons, een bar, een winkelgalerij en natuurlijk ook een hospitaal. Echter geen kraamvrouweninrichting, want aan boord van de New Australia mogen geen kinderen geboren worden. Vrouwen in hoogst zwangere toestand moeten op een volgend schip wachten, want aan boord van dit schip kunnen ze niet geholpen worden.” 

Over de maaltijden lezen we:
“De ex K.N.I.L.-leden en hun gezinnen zullen aan boord langzamerhand overgeschakeld worden op het Europese menu. Het ligt in de bedoeling, om gedurende de eerste week uitsluitend rijsttafel te serveren. In de tweede week wordt het menu afgewisseld met aardappelen, vlees en groente en in de derde week komt uitsluitend Europese pot op tafel”.

De Engelse koks aan boord werden overigens voor de `rijsttafel’ geïnstrueerd door 3 Molukse militairen. 

Nieuwsblad van het Zuiden, 29 april 1951 

(Bron www.delpher.nl)

Op 29 april arriveerde de New Australia in Amsterdam en meerde af aan de Javakade. Ontscheping volgde de volgende ochtend vroeg. Via kamp Amersfoort. Bussen brachten de mensen vervolgens naar verschillende kampen: Rodanborgh in Aardenburg, Graetheide in Geleen, Tungelroy, de Schaffelaar en de Biezen in Barneveld, Geesbrug, Stuifzand bij Ruinen en Heythuysen.
De alleenstaanden vonden huisvesting in de vrijgezellen- of boedjang-kampen Eind van ’t Diep en -hoe toepasselijk- Pikbroek bij Steenwijk. 

Oom Eli kwam met de Castelbianco

Op 24 april 1951 kwam het vierde transport met Molukse ex-KNIL-militairen en hun gezinnen aan in Nederland. Ook nu was de haven van Rotterdam de plek van aankomst. De Castelbianco was op 27 maart vertrokken vanuit Tanjung Priok, de haven van Jakarta. Aan boord de 9-jarige Eliza Andarias Teterissa. 

Het klinkt als een zoete witte Italiaanse wijn, maar de Castelbianco is een schip. Bethlehem Fairfield Shipyard Inc. in Baltimore (USA) bouwde deze boot in 1945 onder de naam “Vassar Victory”. In 1947 verbouwde de Siciliaanse firma Sitmar het tot emigrantenschip. Met de naam “Castelbianco” voer zij o.a. naar Zuid-Amerika en Australië. Op de terugweg uit Australië deed zij in maart 1951 Tanjung Priok aan om Molukse militairen en hun gezinnen naar Nederland te brengen. Op 27 maart vertrokken 1054 personen waaronder 299 gezinnen en naar later bleek ook 40 verstekelingen. De meeste Molukse militairen kwamen uit Cimahi bij Bandung. De Castelbianco heeft tot 1974 gevaren. Meer over de geschiedenis van de Castelbianco kun je lezen op de MHM-website

Ontscheping

De passagierslijst van de Castelbianco telt 1054 namen. 563 mannen, 510 vrouwen en 1 onbekende. Onder hen soldaat 1e klasse J.J. Teterissa met echtgenote Salomina Teterissa – Nahumury en hun zonen Eliza en Anis. Zij kwamen uit Cimahi en stapten in Tanjung Priok op de Castelbianco. 

Op 24 april 1951 meerde de Castelbianco af in Rotterdam. Ontscheping volgde nog diezelfde dag.  De Molukkers vonden huisvesting in verschillende woonoorden: De Wilgenhof (in Oostburg), Huize St. Joseph in Glanerbrug bij Enschede, Graetheide bij Geleen, Beugelen bij Staphorst, Villheide bij Mill en Schattenberg, het voormalige kamp Westerbork. Het fluitorkest dat tijdens de overtocht verschillende keren had gespeeld ging naar woonoord Tungelroy bij Weert. De 40 verstekelingen kwamen terecht in de bujangkampen in Zeeland waaronder Westkapelle. 

Het gezin van soldaat J.J. Teterissa vond huisvesting in kamp Beugelen bij Staphorst. In 1954 verhuisde de familie naar woonoord Lunetten in Vught. In 1967 gingen ze in Culemborg wonen. 

24 april en lintjesregen

24 april is niet alleen de datum van aankomst van de Castelbianco. Dit jaar is het ook de dag dat bekend wordt wie een Koninklijke Onderscheiding krijgt. Zullen er Molukkers dit jaar geridderd worden?  

Het negenjarig-jochie Eliza Andarias Teterissa die in 1951 met de Castelbianco naar Nederland kwam, kreeg vorig jaar een koninklijk lintje voor velen jaren vrijwilligerswerk. In 1960 deed hij zijn aanneming in de kerk. Daarna was Oom Eli 57 jaar lang betrokken bij de Molukse Evangelische Kerk (GIM). Bij de zondagsschool en als ouderling in de kerkenraad. Daarnaast reed Oom Eli ook als chauffeur van bij Stichting Samen Verder in Culemborg. Hij reed met een busje ouderen en mensen met een beperking rond in Culemborg. Tot voor kort. Oom Eli Teterissa is jl. 14 april overleden in Nieuwegein aan de gevolgen van het Covid-19 virus. 

Zoek zelf in de museumcollectie van het MHM met trefwoord “castel bianco”.
U vindt dan: Passagierslijsten en een foto 

Roma

Van Roma naar Doulos

Op 8 april 1951 kwam het derde transport met Molukse ex-KNIL-militairen en hun gezinnen aan in Rotterdam. De Roma was op 7 maart vertrokken vanaf Tanjung Priok. Bij Molukkers staat de Roma bekend als vrijgezellenboot. Het is ook een boot met een lange geschiedenis en vele naamswisselingen.

Tussen Newsport News en Pulau Bintan 

In augustus 1914 begon het allemaal. Vrachtschip SS Medina gebouwd voor de Clyde-Mallory Company werd in Newport News Virginia USA te water gelaten. Ruim 100 jaar later, ging het schip in oktober 2015 voor het laatst ten anker in Pulau Bintan (Riau, Indonesië) als de Doulos en werd een luxe hotelboot. Vele namen heeft deze boot gekend. Molukkers in Nederland kennen dit schip als de Roma. Eén van de 11 transportboten die de Molukkers in voorjaar 1951 naar Nederland bracht. Op 8 april 1951 arriveerde de Roma in de haven van Rotterdam. Aan boord 901 passagiers, voornamelijk Molukse militairen met hun gezinnen.

‘Vrijgezellenboot’

De 901 passagiers bestonden uit 624 gezinshoofden, 130 echtgenotes, 70 zonen, 62 dochters, 6 pleegzonen, 5 stiefdochters, 2 stiefzonen, 1 moeder en 1 schoonmoeder. De passagierslijst was nauwgezet geregistreerd en dat alles kun je lezen op de website “Molukkers naar Nederland” van het Nationaal Archief te Den Haag. Ook kun je op deze website nagaan wie er met naam en toenaam op de Roma zat. 

Vertrek uit de tangsi. Bij de trein van Tjimahi naar Jakarta voor inscheping naar Nederland met de ‘Roma’.

De overtocht van Indonesië naar Nederland duurde in 1951 ongeveer een maand. Als je wilde weten waar een schip ongeveer voer dan kon je dat toen alleen volgen via de zogenaamde “scheepsberichten” in de kranten. Mobiele telefoons, internet en sociale media waren er nog niet. Ook de Roma is te volgen via de scheepsberichten in de kranten uit die tijd. Die kranten zijn online gezet door de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Zo vermelden de scheepsberichten dat de Roma eind februari 1951 in Surabaya was, 8 maart vertrok uit Jakarta, op 11 maart 500 mijl ten zuidoosten van Colombo voer, 21 maart Aden passeerde en uiteindelijk 8 april afmeerde in de haven van Rotterdam. (Voor meer informatie bezoek je website www.delpher.nl/

De aankomst van de boten met Molukse militairen en de daaropvolgende bezetting van de woonoorden is nauwkeurig gerapporteerd door de contact-ambtenaar E.J. van Baarsel. Hij was als luitenant-kolonel van het KNIL zelf in 1949-1950 gelegerd in Cimahi bij Bandung. Van Baarsel begint zijn verslag met de aankomst van de Roma op 8 april in Rotterdam. Op die datum arriveerde de Roma in Rotterdam. Het schip heeft tot 2009 gevaren onder verschillende namen en eigenaren. In 2009 ging ze uit de vaart. Ze werd onder de naam Doulos verkocht. Sinds 2015 is ze een hotel-boot in Pulau Bintan (Riau). 



  • 1
  • 2

Nieuwsbrief

Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief en blijf op de hoogte van alle ontwikkelingen van Museum Maluku.

Sophialaan 10, 2514 JR Den Haag
070-2005065
info@museum-maluku.nl