Column, Henry Timisela, Op de helft van 2022

Op de helft van 2022

Op de helft van 2022

GESCHREVEN DOOR Henry Timisela OP 27 juni 2022. GEPOST IN NIEUWS

Het eerste half jaar van 2022 is voorbij gevlogen en we hebben niet stil gezeten. Allereerst bedank ik alle nieuwe vrienden die zich online hebben aangemeld. Met jouw digitale ledenpas heb je in elk geval gratis toegang tot onze tentoonstellingen in Museum Sophiahof te Den Haag. Dank voor de support om ons werk als museum mogelijk te maken. Ook krijg ik van nieuwe vrienden vaak dezelfde vragen over waar wij vandaan komen als organisatie, wat wij als nou precies doen en wat de plannen zijn voor de komende periode. Hier volgt mijn antwoord.

Collectie top 100

In 2012 moest ons museumgebouw in Utrecht de deuren noodgedwongen sluiten. De museumcollectie is sindsdien opgeslagen in een tweetal veilige locaties, maar nooit meer aangeraakt geweest. Hier moet figuurlijk de bezem doorheen gehaald worden. Wellicht ook letterlijk. Dat houdt in dat de collectie centraal samengebracht, uitgepakt en opnieuw geïnventariseerd moet worden. Afstoten van objecten zal dan ook aan de orde komen. Ik heb mij ten doel gesteld om een collectie top 100 samen te stellen. Aan de hand van deze objecten vertellen wij als Museum Maluku het Molukse verhaal vanuit meerdere invalshoeken. Ondertussen groeit de museumcollectie ook door schenkingen. 

Verbinden & samenwerken

In het licht van het Nederlands koloniaal- en slavernijverleden, en de belangrijke rol die de Molukken daarin hebben gespeeld, voelt Museum Maluku zich geroepen om vanuit de collectie na te denken over de hierbij behorende ethische en actuele kwesties. Met name de doorwerking van dat verleden in de huidige samenleving. Als instituut onderzoeken wij hoe deze te verbinden met de eigen collectie, door bijvoorbeeld jonge kunstenaars met een Molukse achtergrond hierop te laten reflecteren. En zoeken wij samenwerkingen met andere musea zoals bijvoorbeeld ook Beeld en Geluid in Hilversum, waar onder andere gedigitaliseerde media centraal staan. 

Videocontent & archeologisch onderzoek

De afgelopen periode hebben wij videocontent geproduceerd zoals Molukse jongeren in de 90’s en de museale videoserie Maju Mundur. In samenwerking met de website Molukserfgoed.com is het project Wyldemerck gestart, waarin oud-bewoners op een archeologische wijze op zoek gaan naar hun inmiddels verdwenen woonoord. Zoals eerder gezegd bereiden wij nu een kunstproject voor met Molukse jongeren van de 4e generatie, maar daarover later meer. En er hebben zich via social media veel vrijwilligers aangemeld om aan de slag te gaan met de museumcollectie. 

Zoals ik in het begin zei, we hebben niet stil gezeten. En het werk gaat door, met jouw support. De zomervakantie staat voor de deur en ik wens je daarom hele mooie en zonnige dagen toe. 

Tot ziens! 


Column: SAMEN ZOEKEN NAAR BARAKKEN

Molukserfgoed.com met oud-bewoners van woonoord de Wyldemerck gingen op veldinspectie. Conservator Huib Akihary was mee en doet verslag. 

Lees meer


MAJU MUNDUR

In de serie Maju Mundur nemen verschillende duo’s met Molukse roots plaats tegenover een kunst- of cultuurobject. 

Lees meer

Zilveren bestek met ‘Mena-Moeria’-logo, ir. J.A. Manusama, schenkingen, Museum Maluku

Collectie gevormd door schenkingen

Collectie gevormd door schenkingen

GESCHREVEN DOOR HUIB AKIHARY OP 23 MEI 2022. GEPOST IN NIEUWS

Een doos betamax videobanden met opnames van muziek en dansen uit de jaren ‘80 op Tanimbar. Zilveren bestek met ‘Mena-Moeria’-logo van ir. J.A. Manusama, president in ballingschap van de RMS. Een dertigtal wetenschappelijke antropologische publicaties over de Molukken. Een kruidnagelbootje en een fotoalbum van de familie Pasanea – Platenkamp. Dit is een korte opsomming van schenkingen die Museum Maluku in de afgelopen periode heeft mogen ontvangen. Al deze schenkingen zijn opgenomen in de collectie van Museum Maluku en dat gebeurt al sinds de opening van het museum in 1989.

SCHENKINGEN

Wanneer een schenking wordt opgenomen in de collectie wordt deze onderdeel van het grote museale Molukse erfgoed. Daarmee zijn de schenkingen voor de toekomst veiliggesteld. De taak van ons museum is om dit erfgoed met grote zorg te beheren voor komende generaties. Die zorg boden we in het verleden en dat zullen we ook nu én in de toekomst blijven doen. Onze collectie is groot en divers. Hoofdzakelijk is de collectie gevormd door schenkingen uit met name onze eigen Molukse gemeenschap; onder andere gebruiksvoorwerpen, kleding, eremedailles, meubilair, en legerkisten, maar ook persoonlijke archieven van Molukse leiders en Molukse instellingen.

  • Cengkehbootje

  • Zilveren bestek met Mena-Moeria

Sinds de sluiting van het museumpand in Utrecht (2012) ligt de gehele collectie opgeslagen op twee locaties. Hierdoor is de museumcollectie op dit moment (nog) niet zichtbaar op onze locatie in Den Haag. Maar niet zichtbaar wil geenszins zeggen dat de collectie er niet meer is. We krijgen zo nu en dan de vraag waar een schenking is gebleven. De vraag om teruggave van de schenking wordt ons ook wel eens gesteld omdat de collectie niet zichtbaar is. Uiteraard begrijpen we de vraag, maar u kunt er zeker van zijn dat wij er alles aan doen om de museumcollectie binnenkort weer voor iedereen toegankelijk te maken. Eerder schreef directeur Henry Timisela al in zijn column dat in 2022 de collectie het speerpunt is en de museale werkzaamheden daar geheel op worden afgestemd.

Museumcollectie speerpunt in 2022

Wat betekent dat concreet? Museum Maluku zal zich richten op vijf punten: 

  • Uitpakken van de gehele museumcollectie;
  • Controleren van de fysieke staat van de objecten en deelcollecties;
  • Controleren en updaten van oude registratiedata in nieuw museum-registratiesysteem;
  • Digitaliseren van grote delen van de collectie;
  • Zichtbaar maken van de collectie.

Het uitpakken van de museumcollectie zal plaatsvinden in het nieuwe museumdepot van Museum Maluku. Controleren van de fysieke staat van de collectie is hard nodig na jaren van opslag. In september zal het museum een nieuw collectie-registratiesysteem in gebruik gaan nemen. Deels zal dit systeem ook toegankelijk worden voor publiek. Daarnaast kan het museum participeren in enkele grote projecten waarmee de collectie gedigitaliseerd kan worden volgens de laatste kwaliteitseisen en normen. Daarmee kunnen we de collectie online toegankelijker en zichtbaarder maken.

Bruikleen wordt schenking

Vorig jaar was de wisselexpositie IKAT te zien in Museum Sophiahof, de locatie waar Museum Maluku gevestigd is. Deze expositie is nu gratis online te bezoeken. In het zevende en laatste deel van IKAT – Rituelen rondom het huwelijk – waren twee borden van bladgoud te zien. Deze objecten kwamen niet uit de eigen museumcollectie. De twee borden waren speciaal voor de expositie in bruikleen gevraagd. Eén bord was een bruikleen van het Museum van Wereldculturen uit Leiden, de ander een particuliere bruikleen uit Amsterdam.

  • Piring mas

  • Piring mas

De particuliere bruikleengeefster heeft te kennen gegeven dat zij het gouden bord, ofwel de piring mas, aan de Molukse gemeenschap wil geven. Zij wil de bruikleen omzetten in een schenking aan het museum. Museum Maluku is in haar ogen de meest geschikte instelling voor het behoud van Moluks erfgoed. Wij zijn bijzonder blij met deze bijzondere schenking. Net als alle andere schenkingen zal ook de Piring Mas opgenomen worden in onze museumcollectie.

Huib Akihary
Conservator

Collectie

De collectie van Museum Maluku is op dit moment opgeslagen in een aantal depots. 

Lees meer


PUBLIC PROG.

Wil je kennismaken met of je juist nog meer verdiepen in de Molukse geschiedenis, de kunsten en cultuur? Check onze programmering. 

Lees meer


Column, het belang van de vierde generatie, behind the scenes, 90s vodcast

Het belang van de vierde generatie

Het belang van de vierde generatie

GESCHREVEN DOOR Miguell Kaidel OP 29 april 2022. GEPOST IN NIEUWS

Een jaar geleden keek ik met een dubbel gevoel naar de documentaire ‘Molukkers in Nederland’ van Coen Verbraak. Ja, eindelijk werd ons verhaal een beetje zichtbaar voor het grote publiek. Maar lichtelijk verbaasd zag ik dat de jongste van de veertien geïnterviewde personen destijds 42 jaar oud was.

Dat de stem van de Molukse jongeren niet altijd serieus genomen wordt is geen onbekend fenomeen. Er wordt vaak over, maar niet mét Molukse jongeren gesproken. Tijdens onze redactievergaderingen bij Museum Maluku is het betrekken van de Molukse jongeren, en dan met name de vierde generatie dan ook een speerpunt geworden. 

Niet over, maar mét Molukse jongeren

In de afleveringen van onze serie Maju Mundur – Duo Interviews’ nemen veelal jongeren plaats op ons museumbankje. In deze setting bekijken en bespreken zij Molukse cultuurobjecten en kunstwerken. Tijdens de aankomende video-podcast over Molukse jongeren in de jaren ‘90 gaan jongeren van de vierde generatie juist in gesprek met de derde generatie. Daarnaast zijn we als redactie op de achtergrond bezig met een project waarin de vierde generatie centraal zal komen te staan.

Een ander interessant project is ons event ‘De impact van Pattimura’ tijdens Hari Pattimura op 15 mei. Op die dag staan Molukkers wereldwijd namelijk stil bij het leven van Pattimura, die in de 19e eeuw de opstand tegen de Nederlandse bezetting leidde. Museum Maluku zal op eigen wijze invulling geven aan deze dag. Naast Molukse historici zullen ook jongeren deelnemen aan het panelgesprek over Pattimura. Als redactie willen we namelijk voorkomen dat er niet alleen over, maar ook mét Molukse jongeren wordt gesproken.

Het belang van het betrekken van Molukse jongeren spreekt naar mijn inzicht voor zich. Zoals dat gaat tussen verschillende generaties bekijken jongeren de geschiedenis, maar vooral ook de toekomst op een andere manier. Tijdens de eerder genoemde videopodcast wordt bijvoorbeeld besproken in welk opzicht de Molukse gemeenschap in Nederland sinds de jaren ‘90 is veranderd. Al deze veranderingen dragen namelijk bij aan hoe verschillende generaties Molukkers naar de Molukse gemeenschap en de Nederlandse maatschappij kijken, en hoe hun wereldbeeld door de jaren heen is veranderd.

Vertrouwd & verfrissend

Tijdens het schrijven over deze ontwikkelingen bij Museum Maluku bedenk ik me dat ik de afgelopen week nog heb gezien hoe het ook kan. Het tegenovergestelde van de opzet van de Coen Verbraak-docu speelde zich af op 25 april in de RAI. Niet in de hoofdzaal, maar juist in een bomvolle tweede zaal stond een Molukse zangeres van de vierde generatie te schitteren. Haar naam: Intan Joseph.

Of de menigte zich bewust was van het feit dat dit Intan haar eerste optreden als solo-artiest was betwijfel ik. Intan begon en eindigde haar optreden met Molukse klassiekers. Tussendoor zong ze haar eigen uitgebrachte nummers en het werkte, want de zaal ging compleet uit z’n dak. Intan haar optreden voelde vertrouwd en was verfrissend tegelijk. Precies die combinatie omarm ik als redactielid van Museum Maluku.

Redactie
Miguell Kaidel

Nu te zien: Ons Land

Een tentoonstelling over de Nederlandse koloniale geschiedenis in de Oost en hoe die nog altijd doorwerkt.

Lees meer


Column: Daglicht na jaren…

Heb je de column van junior conservator Reïnda Hully al gelezen? 

Lees meer

Daglicht naar jaren, Reïnda Hully, Junior Conservator,

Daglicht na jaren

Daglicht na jaren…

GESCHREVEN DOOR REÏNDA HULLY OP 30. GEPOST IN NIEUWS

Houten voorouderbeelden. Opgezette Molukse fauna. Honderden meters aan papieren documenten… De afgelopen maanden hebben conservator Huib Akihary en ik het voorrecht gehad om de gehele collectie van Museum Maluku te bekijken en te beoordelen. Sinds de sluiting van het museum te Utrecht in 2012 zijn de deelcollecties ondergebracht bij verschillende depots in het land. Deze deelcollecties bestaan uit museale objecten, archieven, boeken, foto’s en nog veel meer. Een greep uit de complexe Molukse én Moluks-Nederlandse geschiedenis, een geschiedenis die maar blijft groeien.

29 pallets gevuld met archiefmateriaal

Zelfs uit onverwachte hoek. Nadat wij eind vorig jaar dachten alles uit onze collectie gezien te hebben, ontvingen we het bericht dat er nog 29 (!) pallets met objecten van het museum opgeslagen stonden in één van de depots. Na het maken van de afspraken gingen Huib en ik afgelopen maand opnieuw de hort op. Opgedeeld in twee bezoeken, doorzochten wij de 29 pallets gevuld met archiefmateriaal. Tussen deze dozen, gevuld met papieren documenten, vonden we daarnaast ook cassettebandjes, elpees, foto’s en diverse audiovisuele dragers. Maar bovenal vonden wij archieven die varieerden van persoonsarchieven tot ledenadministraties van oude Molukse instanties.

Lees verder onder de foto’s
  • Daglicht na jaren

    Conservator Huib Akihary opent verschillende dozen

  • Daglicht na jaren

    Archiefmateriaal

  • Junior conservater Reïnda bekijkt een van de dozen

Het belang van een archief

Terwijl Huib vol enthousiasme de verschillende dozen opende en de documenten bekeek, probeerde ik uit te zoomen en na te denken over het belang van archieven, geschiedschrijving en de museale instelling. Zo kwam ik terecht bij de stelling dat het niet het doel van een historicus is om de geschiedenis te beschrijven, maar een geschiedenis. Historici moeten tenslotte belangrijke keuzes maken in welke bronnen ze gebruiken en welk onderdeel van een historisch evenement ze hiermee beschrijven. Bovendien zullen die bronnen nooit precies het evenement beschrijven en moeten ze geïnterpreteerd worden. Een verantwoordelijke taak…

Het creëren van een archief is daarin dus net zo belangrijk. Het opslaan van documentatie van een mogelijk belangrijk historisch evenement. Welke documenten sla je op? Wat staat er in deze documenten? Hoe is het evenement beschreven of hoe beschrijf jij het evenement? Hoe bepaal jij hierdoor indirect de geschiedschrijving van een mogelijk historisch evenement? Enfin, eveneens een belangrijke en verantwoordelijke taak.

Een belangrijke en eervolle stap

Als museum willen wij natuurlijk een zo divers, inclusief en compleet mogelijk Molukse en Moluks-Nederlandse geschiedenis in kaart brengen en op een creatieve manier exposeren aan geïnteresseerden. Hiervoor moeten we zowel de ‘gangbare’ (lees: Westerse) manier van geschiedschrijving, alsook alle andere vormen van niet-Westerse geschiedschrijving, in acht nemen. Het bezoeken, bekijken en interpreteren van geschreven én ongeschreven bronnen die weer daglicht zien na jaren is hiervoor een hele belangrijke, eervolle, maar vooral leuke stap.

Junior Conservator 
Reïnda Hully

Nu te zien: Ons Land

Een tentoonstelling over de Nederlandse koloniale geschiedenis in de Oost en hoe die nog altijd doorwerkt.

Lees meer


Maju Mundur

Heb jij alle afleveringen van Maju Mundur – Duo interviews al gezien? 

Check it out!

Vuurvliegjes als teken van aanwezigheid ✨

Projectleider bij het Nationaal Archief, initiatiefnemer van Verloren Banden is Jeftha Pattikawa. Hij laat zijn licht schijnen op zijn familieleden. Jeftha host samen met Rocky Hehakaija de talkshow BETA DISINI ’21 op zondag 21 maart om 12:00 uur op deze site.

Zijn pak hing rond zijn lichaam alsof hij iedere nacht iets gekrompen was. In zijn hand een bijbel. Die ochtend hoorde ik het geluid van blote voeten op de zeilvloer. Door de kier van de deur zag ik hem zijn springoefeningen uitvoeren in de overloop. Het ritueel van een soldaat. Zonder uniform. Zonder leger. En naarmate de tijd verstreek, liet ook zijn geheugen hem in de steek. Vreemde gezichten om hem heen. De psalmen vergat hij niet.

Haar stem werd steeds luider. Voor iemand die haar stem verloren leek te zijn als de aardappelboer of ziektecontroleur voor de deur stond hield ze nu niet op met praten. Haar gezicht liep rood aan. Tijdens het voorbereiden van de maaltijd greep ze onder het aanrecht naar de fles en schonk een borrelglas in. Rond etenstijd trok ze zich terug in haar kamer. We zagen haar de volgende dag pas weer.

Tijdens het voorbereiden van de maaltijd greep ze onder het aanrecht naar de fles en schonk een borrelglas in.

Hij meldde zich aan bij het Koninklijk Nederlands Indisch Leger. Niet omdat hij trouw was aan het koninkrijk. Het eilandleven benauwde hem. Een hang naar avontuur en op zoek naar betere kansen. Hij had nooit goed afscheid kunnen nemen van zijn dierbaren. ‘Voor je het weet ben ik terug’, zei hij tegen zijn zus. ‘Let goed op dit huis’. Hij heeft de weg nooit terug kunnen vinden.

Dit was niet het leven wat ze zich voorgesteld had. Maar ze troostte zich met de gedachte dat ze op een dag met haar gezin terug zou keren naar een vrij land. Dan zou ze alles achterlaten. Dit is tijdelijk. De ongeopende stapels post, de boodschappen die iedere maand duurder leken te worden, de vreemden aan de deur die naar haar zoons en dochters kwamen vragen. Ze zag haar kinderen verdwalen in het land van een ander.

Een van de voorwaarden was het millimeteren van zijn haar. Dit weigerde hij.

Studeren aan de Zeevaartschool in Apeldoorn was zijn droom. Ook met de gedachte dat hij ooit iets zou kunnen betekenen voor de strijd van zijn volk. In de brief las hij dat hij toelaatbaar was. Een van de voorwaarden was het millimeteren van zijn haar. Dit weigerde hij. Het was zijn enige kans op een koerswijziging. Hij heeft het woonoord en de wijk nooit verlaten. Zijn schepen verbrand.

Ze droomde groot en grenzeloos. Haar dromen overstegen de idealen van haar ouders. Ze liet zich niet begrenzen. Haar toekomst doemde voor het slapen helder voor haar op. Steeds scherper naarmate ze ouder werd. Een meedogenloze advocaat. Een beroemde zangeres. De wereld stond aan haar voeten. Met haar boeken onder de arm liep ze dagelijks naar de plaatselijke Mulo. Vanaf de Woestijnweg, langs kasteel De Cannenburgh over de Dorpstraat. Op een van die ochtenden walsten sloopwagens onverwachts hun barak plat. Haar dromen vermorzeld. Een waas voor haar ogen. Ze raakte de weg kwijt. Zij waren geen onbevreesde soldaten. En geen sterke supervrouwen die voor iedereen klaar stonden. Het waren mensen zoals jij en ik. Met verdriet, angst, schaamte en schuld. We bloeden, vloeken, huilen, rouwen en verdwalen. We lachen, bidden, zingen, helen en herdenken.

Ze zijn vuurvliegjes. Na de schemering verlichten hun verhalen, geschiedenissen en getuigenissen ons pad in het donker.

Zodat wij altijd weer de weg naar huis weten te vinden.

#betadisini#iamhere#ikbenhier#70jaarmolukkersinnederland

Bron: Facebook pagina van Jeftha Pattikawa, beeld (oud) Vaassenaren

Nieuwe historische bril laat slavernij in Azië zien

Column door prof.dr. Fridus Steijlen

Eind september werd het boek ‘De slavernij in Oost en West; Het Amsterdam onderzoek’ gepresenteerd. Drie dagen later gevolgd door kleinschalige seminars over de thematiek op verschillende plaatsen in de stad. Dat laatste uiteraard vanwege de corona-maatregelen. ‘De slavernij in Oost en West’ is een bijzonder boek. Het is een state of the art, zoals men dat wel noemt, een weergave van wat al bekend is. Eenenveertig schrijven in het boek over uiteenlopende zaken met betrekking tot Amsterdam en slavernij.

Het boek

De aanleiding voor het boek is de wens van het gemeentebestuur om namens het stadsbestuur excuses te maken voor de rol van Amsterdam in de slavernij. Maar, zo was de redenatie, dan moest men wel weten waarvoor excuses gemaakt moesten worden. Nieuw onderzoek zat er vanwege de tijd – een klein jaar – niet in. Dus werd het een overzicht met meer dan 40 bijdragen over de vervlechting van Amsterdam en haar stadsbestuur in de slavernij. Het gaat over de rol van het stadsbestuur en de stadsbestuurders, over wat de bevolking ervan mee kreeg en hoe die ook te maken hadden met producten die met slavernij waren gemaakt, maar het gaat ook over hoe dat verleden nog steeds doorwerkt in het heden.

Je gaat zien hoe sterk slavernij verweven was en soms nog is, in de haarvaten van de samenleving.

Ik had de eer om zitting te nemen in de wetenschappelijke begeleidingscommissie. Je kijkt dan mee in de keuken en kan zien hoe de auteurs en redactie (ook beeld redactie) keihard werken om een kwalitatief gedegen eindproduct te leveren. Maar je mag dan ook eerder dan anderen ‘proeven’ van dat eindproduct, want je wordt geacht mee te lezen.

Eerlijk gezegd twijfelde ik even toen ik begon aan de ruim veertig korte hoofdstukken. Kleine stukjes geschiedenis over veel verschillende dingen. Maar hoe meer ik ‘proefde’ en las kwam het manuscript steeds harder binnen. Het was alsof je een duizend-stukjes-puzzel legt en naarmate meer stukjes op tafel liggen ontrafeld zich het totaal. En dat was ongelooflijk. Je gaat zien hoe sterk slavernij verweven was en soms nog is, in de haarvaten van de samenleving. De beurtschippers die vanuit Amsterdam suiker of specerijen naar het achterland vervoerden leefden ook van de goederen geproduceerd door tot slaaf gemaakten. Tegenwoordig hechten we aan een keten-verantwoordelijkheid, dat wil zeggen dat winkels moeten kunnen garanderen dat hun producten niet zijn gemaakt door kinderarbeid of slavenarbeid. Keten-verantwoordelijkheid is van nu en zeker niet van toen. Maar je gaat je ook realiseren dat de aandacht die altijd uitging naar de trans-Atlantische slavenhandel en uitbuiting op de plantages, hoe terecht ook, je zicht belemmerde. Want ook in wat zo Nederlands ‘de Oost’ heet was wel degelijk sprake van slavernij.

Wat leerde je?

In de dagen voor de boekpresentatie vroeg een Molukse vriend mij wat ik van het manuscript had geleerd. ‘Veel’ vertelde ik hem, maar een ding in het bijzonder. Dat is dat we een nieuwe bril nodig hebben om naar de koloniale geschiedenis in Azië, in Indonesië en in de Molukken te kijken.

Eigenlijk hebben we lang in eufemistische woorden over vormen van slavernij en dwangarbeid gesproken en geschreven. Als we het over de perken op Banda hadden, na de moordpartij door JP Coen in 1621 hadden we het wel over de tot slaaf gemaakten die men kreeg om de perken te bewerken, maar we spraken niet echt over de perkeniers die ook slachtoffer waren van dwangarbeid. We spraken over een ‘monopolie’ op de specerijenhandel, wat klinkt als een economisch mechanisme, maar in feite werden Molukse boeren gedwongen te werken voor een prijs die de VOC hen oplegde. Ook dat is een vorm van gedwongen arbeid. In de latere koloniale periodes hebben we het over herendiensten als een vorm van belasting, maar dan  hebben we het toch eigenlijk ook over gedwongen arbeid en ontneming van vrijheid door een vreemde overheerser. En wat te denken van de vrouwen die als nyai als eigendom door koloniale heren werden behandeld. Gelukkig wordt daar de laatste tijd over geschreven, maar te lang was dat een ‘gegeven. Ook ontheemding kwam stelselmatig voor in Azië. Ook daar werden tot slaaf gemaakten van de ene plek naar de andere gebracht en verhandeld. Die handel was minder een ‘specifieke economische activiteit’ van de Verenigde Oost Indische Compagnie, zoals die dat wel was van de West Indische Compagnie. Daardoor stond het minder op de voorgrond, maar het gebeurde wel.

Wat ik geleerd heb, vatte ik samen, is dat we een nieuwe bril voor de koloniale geschiedenis in Azië nodig hebben. Eentje die beter zicht geeft op de gedwongen arbeid en de slavernij. Niet om een wedloop in slavernij tussen ‘de Oost’ en ‘de West’ te beginnen. De impact van de trans-Atlantische slavernij is nog altijd zeer voelbaar, die in Azië ook. Maar we hebben het te lang eufemistisch weggemoffeld in economisch jargon. Het is belangrijk om het te gaan zien en te benoemen. Dan kunnen we de verschillen en overeenkomsten ontdekken en stappen maken.

Fort Belgica op Banda Neira

Het moment

Dat waren mijn lessen vertelde ik mijn vriend. En toen kwamen de presentatie en de seminars, met veel aandacht in de media. Ik realiseerde me toen dat het gemeentebestuur van Amsterdam, vermoedelijk zonder vooropgezet plan, een momentum had gecreëerd. Ze hadden excuses kunnen aanbieden en dan hadden we wat kunnen discussiëren over die excuses. Nu ontstond een moment voorafgaande aan die excuses waar de bestaande kennis over het slavernij verleden van Nederland en in het bijzonder die van Amsterdam samengebald in de spotlights stond. Daarin werd gesproken over slavernij wereldwijd en dus ook in ‘de Oost’, daar werd gesproken over Banda als een van de eerste plaatsen waar Nederlanders stelselmatig tot slaaf gemaakten hadden gebruikt. En heel Nederland was er getuige van.

Dit is het moment om een nieuwe historische bril op te zetten en opnieuw te kijken naar het kolonialisme in relatie en slavernij in Azië.

Kalau dapat meja putih, jangan lupa lesa

De Molukse gemeenschap in Nederland leeft in een bijzondere periode. In de afgelopen jaren jubileren verschillende steden en dorpen het vijftigjarig bestaan van hun Molukse wijk en volgend jaar is het zeventig jaar geleden dat de eerste generatie Molukkers in Nederland arriveerden. Vorig jaar begon ook de Drentse wijk Bovensmilde met activiteiten om het vijftigjarig bestaan van de Molukse wijk te vieren. Toen mij werd gevraagd om te spreken bij de opening van dit bijzondere jaar kwamen meteen vele gedachten en vragen bij mij naar boven. Hieronder vindt u een deel van mijn speech die ik op die dag mocht voordragen. Ondanks dat ik een derde generatie Molukker ben en ik mijn gedachten over de Molukse cultuur graag met u wil delen, betekent dit niet dat dit een algemene gedachtegang is onder de derde generatie Molukkers. Desalniettemin denk ik dat het goed is om hierover te praten…

Kalau dapat meja putih, jangan lupa lesa. Don’t forget your roots.

Voor een derde generatie Molukker in Nederland is het soms moeilijk om je aan deze ogenschijnlijk simpele regel te houden: nooit vergeten waar je vandaan komt. Ik denk dat meerdere van mijn Molukse leeftijds- en generatiegenoten met mij van mening zijn dat de Molukse cultuur in Nederland een ingewikkelde cultuur is. Wanneer wij aan studiegenoten, collega’s of anderen uit moeten leggen wat nou zo speciaal is aan “ons Molukkers,” komen we vaak snel uit bij verhalen over lekker eten en muzikale families. Maar zijn wij niet meer dan dat? Doen wij onszelf niet te kort als we slechts spreken over dit soort basale dingen?

De Molukse cultuur is rijk aan zoveel ideeën, tradities en onderdelen waarvan ik eigenlijk weinig tot geen inhoudelijke kennis heb. De ideeën van de pela, gandong, adat, misschien zelfs de ware betekenis van de RMSAl deze termen laten bij mij vaak wel een belletje rinkelen, maar wat houden ze precies in? Wat zijn bijvoorbeeld de specifieke regels en tradities die bij een pela relatie horen? Wat is de precieze betekenis van de adat en hoe verschillen die per familie of kampong? In hoeverre is de RMS opgericht voor iemand als ik en wat betekent de RMS voor iemand als ik, een adolescent, geboren en getogen in een westerse cultuur, opgegroeid in een duale samenleving met zowel Molukse als westerse normen en waarden, proberend een carrière op te bouwen in een westers land? Mag ik deze vragen überhaupt wel stellen, of moet ik zelf opzoek naar antwoorden? Ik moet u eerlijk bekennen, ik heb geen idee.

Tijdens het schrijven van dit monoloog werd mij duidelijk hoe belangrijk de generatie van mijn opa’s en oma’s was en is voor de Molukse cultuur. Deze woorden zijn gericht aan mijn oma uit Waalwijk.

Zelfs al wil ik vast blijven houden aan alle rituelen, ideeën en tradities, soms moet ik iets los durven laten omdat het beperkend kan werken voor mijn eigen ontwikkeling.

Oma, toen u in 2015 overleed, voelde het alsof de laatste direct tastbare link met mijn geschiedenis, mijn cultuur, mijn achtergrond ophield te bestaan. De eerste generatie hield en houdt voor mij een “autoriteit” als het gaat om de Molukse cultuur in Nederland. En met een logische reden, u bracht de cultuur zoals wij het kennen, zoals ik het denk te kennen, naar Nederland. Zonder de directe aanwezigheid van u als zo een autoriteit was ik bang mijn roots te verliezen. Wat had u mij allemaal geleerd en nagelaten? Hoe moest ik de cultuur die u hierheen heeft gebracht in stand houden terwijl ik er eigenlijk zo weinig van afwist? En misschien wel het belangrijkst, hoe zou ik ervoor kunnen zorgen, met mijn leeftijds- en generatiegenoten dat u met trots neer kon kijken hoe wij verder gingen toen u niet meer kon…?

In de eerste maanden na uw overlijden heb ik veel nagedacht over wat “een Molukker zijn” nou eigenlijk betekende. En eigenlijk ben ik daar nog steeds niet over uit. In de bijna 20 jaar dat ik u heb mogen kennen heeft u mij verschillende dingen op het hart gedrukt. Bijvoorbeeld: “Bedank God elke ochtend als je opstaat en elke avond voor het slapen…” Geloven staat voor veel Molukkers boven alles denk ik. Het is een onmisbaar onderdeel van onze cultuur waar vele andere tradities op gebaseerd zijn. Hierdoor misschien wel tegelijk het sterkste en zwakste onderdeel van onze cultuur. Ondanks dat we waarschijnlijk allemaal geloven wordt het elke dag steeds meer een uitdaging om religieus te zijn in de westerse wereld. Het is te zien aan mijn christelijke leeftijds- en generatiegenoten. We blijven de christelijke normen en waarden volgen, maar zijn niet elke zondag meer in de kerk te vinden zijn of lezen dagelijks uit de Bijbel. We geloven nog steeds, maar op een “moderne” manier.

Daarnaast had u het over het belang van de familie. En in het verlengde daarvan de wijk, de kumpulans en de algehele Molukse gemeenschap. Met kerst moesten alle gezinnen samen thuis zijn en we moesten van u minimaal eens per jaar allemaal samenkomen. En dat doen we nog steeds. Ondanks dat ik buiten een Molukse wijk ben opgegroeid ben ik me ervan bewust hoe gezegend ik me mag voelen met een Molukse familie en onderdeel mag zijn van de Molukse gemeenschap. Ik heb mijn opa en oma Hully nooit gekend, maar via de verhalen van mijn ooms en tantes worden hun verhalen en wijsheden toch aan mij doorgegeven. Maar ook familielijnen en familieverhalen vervagen en veranderen. Mijn tante in Negerilama op Ambon vroeg me: “Inda suda campur keturunan?” , toen ik haar vertelde over mijn vriendin van Nederlandse afkomst. Hiermee wees zij mij eigenlijk op het feit dat ik mijn Molukse nageslacht aan het veranderen was. Zeker voor ons als Molukkers in Nederland is het lastig om vast te houden aan deze familiebanden die steeds meer vervagen per generatie. Maar met samenwerkingsverbanden als wijkorganisaties en kumpulans komen we al een heel eind. Toch?

Terwijl ik mijn bijdrage over dit “gesprek over onze cultuur” aan het voorbereiden was, werden mij twee belangrijke dingen duidelijk gemaakt. Ten eerste, bepaalde dingen moet ik vasthouden omdat het mij onderscheidt van een ander. Ondanks dat we allemaal gelijk zijn, zijn we ook allemaal uniek en dat hoeven we niet te vergeten. Ten tweede, bepaalde dingen moet ik aanpassen omdat het nou eenmaal niet past in de samenleving waarin ik leef. Zelfs al wil ik vast blijven houden aan alle rituelen, ideeën en tradities, soms moet ik iets los durven laten omdat het beperkend kan werken voor mijn eigen ontwikkeling. Aan ons nu de taak als derde, vierde, vijfde generatie etc. om te bedenken wat we kunnen vasthouden en wat we moeten aanpassen of toevoegen aan de Molukse cultuur. Want is dat voor ons niet de mooiste manier om onze opa’s en oma’s te eren? Om onze cultuur niet alleen te herinneren zoals zij het naar Nederland brachten, maar om het door te blijven ontwikkelen zodat het zelfs in een westerse natie als Nederland kan blijven bestaan.

Oma, u zei me altijd mijn best te doen op school, met de achterliggende gedachte om er hier het beste van te maken. God heeft ons niet voor niks naar Nederland gebracht: “laat zien wat Molukkers kunnen…” Ik denk dit een goed uitgangspunt is om vanaf te beginnen.

Ana Maluku buka mata. E kas tunju dunia e.

Column door Joaniek Vreeswijk

Afgelopen 9 augustus was ik bij de manifestatie voor inheemse volkeren in Amsterdam. Deze datum is door de VN uitgeroepen tot de officiële internationale dag voor inheemse bevolkingsgroepen met als doel bewustwording en bescherming van de rechten van de inheemse volkeren wereldwijd. En dat is nodig, want er zijn genoeg natiestaten die de rechten van inheemse volkeren systematisch schenden. De VN aanvaardden in 2007 een ‘Verklaring over de rechten van inheemse volken’. Enkele landen met belangrijke inheemse minderheden stemden tegen de verklaring, waaronder de VS, Canada, Nieuw Zeeland en Australië. Deze dag is ook uitgeroepen voor erkenning van hun bijdragen aan milieu en natuurbescherming. Vooral nu, in tijden van een pandemie en klimaatverandering, hebben we hun traditionele kennis, stemmen en wijsheid nodig.

Door eeuwenlange kolonisatie vindt genocide, ecocide, bedreiging en onderdrukking van inheemse volkeren nog altijd plaats. Dit door toedoen van moderne natiestaten en kapitalisme, die via hun neokolonialisme de rechten van inheemse volkeren schenden. Hun leefomgeving wordt systematisch vervuild, land wordt onteigend en de bevolking ontheemd voor de winst van grote multinationals met steun van natiestaten. In het kader van de continuerende mensenrechtenschendingen en het belang van natuur regeneratie riepen vertegenwoordigers van diverse inheemse bevolkingsgroepen op om dekolonisatie en herstel. Building the Baileo was medeorganisator van de manifestatie en Romy Rondeltap sprak namens deze organisatie, die staat voor behoud en overdracht van de Molukse cultuur en identiteit.

Inheemse volkeren, zoals de inheemse stammen op Seram bijvoorbeeld, houden nog veel tradities  van onze voorouders in ere. Deze bevolkingsgroepen worden geconfronteerd met voedselonzekerheid als gevolg van het verlies van hun traditionele gronden en territoria door bijvoorbeeld de aanleg van palmolie plantages. Ze worden op die manier geconfronteerd met nog grotere uitdagingen om toegang te krijgen tot voedsel. Met het verlies van hun traditionele middelen van bestaan worden veel inheemse volkeren, die in traditionele beroepen en zelfvoorzienende economieën of in de informele sector werken, nadelig beïnvloed.

Vooral nu, in tijden van een pandemie en klimaatverandering, hebben we hun traditionele kennis, stemmen en wijsheid nodig.


Veel Molukkers stammen af van de Alifuru, de inheemse bevolking uit de binnenlanden van de Molukken. Uitzonderingen daargelaten. De inheemse bevolking van Tanimbar bijvoorbeeld kennen een andere overlevering. Alifuru beoefenden een natuurgodsdienst waarbij voorouderverering centraal staat. Een kenmerk van de religie is het animisme – het geloof dat geesten zich in allerlei voorwerpen bevinden. Daarnaast geloven ze ook in mana, een bovennatuurlijke kracht of substantie. Alifuru zien zichzelf niet als gescheiden van de natuur, maar als afstammelingen van Nusa Ina.

Door de eeuwen heen zijn verschillende clans zich gaan verspreiden over de vele eilanden die de Molukken rijk is.  Hierdoor heeft ieder dorp zijn eigen adat isti adat: zijn eigen tradities als het aankomt op gebruiken, normen en waarden. Denk bijvoorbeeld aan ceremonies of rituelen. Veel van dit cultureel erfgoed zien wij nog terug in de tradities die wij koesteren binnen onze kumpulans (dorpsverenigingen) in Nederland en tijdens Molukse ceremonies en plechtigheden die buiten deze kumpulans plaatsvinden. Denk bijvoorbeeld aan Cakalele, de traditionele krijgsdans. Van oorsprong is de dans een voorbereiding op de strijd die met salawaku en parang wordt uitgevoerd. Juist omdat veel van onze traditionele cultuur nog wordt overgedragen van generatie op generatie is het jammer dat afgelopen zondag er zo weinig Molukkers aanwezig waren. Juist omdat inheemse volkeren op Maluku de bewakers zijn van ons traditioneel Moluks cultureel erfgoed.

Maar de overdracht van cultureel erfgoed gaat verder dan dat. Denk bijvoorbeeld aan het pela-schap. Het pela-schap vindt zijn oorsprong in een ver verleden, lang voordat de Europeanen onze Molukse eilanden bezetten voor de handel in kruidnagel en nootmuskaat. Ook in de strijd tegen kolonialisme ontstonden nieuwe pela-schappen. Pela-schap is momenteel nog steeds een heel belangrijke adatregel, maar is ook een middel tot dorpsontwikkeling zonder regeringssteun. Dorpen staan elkaar bij in tijden van nood. Zo kwam Ullath op Saparua, ons dorp Oma op Haruku te hulp nadat de aardbevingen Oma hard hadden getroffen in september dit jaar.

Niet alleen het pela-schap is nog steeds belangrijk voor velen binnen de Molukse gemeenschap, ook omvat de cultuur een allesomvattend traditioneel systeem van gedrag en verantwoordelijkheden. Dit systeem bevat ook Molukse verstandhoudingen binnen de dorpen. Zo hebben de meeste Molukse dorpen bijvoorbeeld dorpshoofden die door clans via geologische bloedlijnen worden aangewezen. Een aantal jaar geleden heeft het Constitutionele Hof in Jakarta besloten dat kandidaten bij de verkiezing van een nieuw dorpshoofd (Bapa Radja) niet per se in het dorp zelf hoeven te wonen. Dit betekent dat het “matarumah radja-systeem” in alle Molukse dorpen is afgeschaft. In de praktijk kan dit leiden tot situaties waarin multinationals gemakkelijk vergunningen kunnen krijgen om Molukse ‘adat’-gronden in te pikken en het land te gebruiken om bijvoorbeeld palmolie te produceren.

Belangrijk is dat wij waar mogelijk de inheemse bevolking op Maluku bijstaan in de strijd voor zelfbeschikking en de strijd tegen onderdrukking. Laten wij zoveel als mogelijk aandacht vestigen op datgeen wat er op Maluku gebeurd. Ik was bijvoorbeeld de vrijdag voor de manifestatie (dus twee dagen ervoor) in het Westfries museum om te bespreken wat er moest gebeuren met het beeld van J.P. Coen. Hoogstwaarschijnlijk dat er een tentoonstelling komt over Banda, gefaciliteerd door het Westfries museum, aangezien het volgend jaar 400 jaar geleden is dat de genocide onder leiding van J.P. Coen op Banda plaatsvond. Hopelijk nemen zij in deze tentoonstelling ook mee hoe inheemse volkeren vóór de koloniale tijd leefden. De geschiedenis van Banda begint namelijk niet vanaf het moment dat Nederlanders daar aankwamen. Ook lijkt het mij nuttig dat er wordt meegenomen hoe inheemse volkeren die vandaag de dag nog op Maluku leven, worden bedreigd en onderdrukt. Laat de wereld de strijd zien die op Maluku gaande is! Ik schrijf momenteel dit stuk in de trein… Mijn Spotify playlist speelt opeens Toma Hasa Nusa af… Toeval of niet. Dit is de boodschap waarmee ik dien af te sluiten:

‘’Itu katong pung gunung tana, bukang Bambang punia e. Ana Maluku buka mata. E kas tunju dunia e. Dari salatang sampe Utara e. Toma hasa nusa e. Upu ina upu ama. Toma maju sama-sama.’’

Deze column verscheen 16 augustus 2020 op de Facebook Pagina van Maluku Utrecht. Joaniek Vreeswijk is historicus en met toestemming van de auteur herpubliceert MHM dit schrijven.

Actie Wassenaar 1970 – Een wake up call

Een variant van de poster met een groepsfoto van de actievoerders van de actie Wassenaar 1970 heeft een nieuw leven gekregen. De oorspronkelijke poster had een roodachtig achtergrond met boven groepsfoto in vlammende letters geschreven ‘Wassenaar’ en eronder ’35 pahlawan RMS’ (35 RMS helden). Op de nieuwe versie prijken dezelfde letters, maar nu in goud, tegen een achtergrond met de RMS vierkleur en staat onder de foto: Mena-Muria 31 augustus 1970 – 31 augustus 2020. Het is een oproep voor de vijftigjarige herdenking van de actie.

De actie Wassenaar, de bezetting van de residentie van de Indonesische ambassadeur op 31 augustus 1970, was de eerste van een serie radicale acties in de jaren zeventig. Na een dag gaven de jongeren zich over, nadat door de Nederlandse regering beloofd was dat er gesprekken kwamen tussen de Nederlandse regering en de Molukse leiders. Begrijpelijkerwijze wordt die eerste actie overschaduwd door de treinkapingen en gijzelingsacties van 1975 en vooral die in de Punt en Bovensmilde van 1977 toen de acties met veel geweld werden beëindigd waarbij doden vielen. Dat de actie Wassenaar vaak in de schaduw staat is niet helemaal terecht. In meerdere opzichten was de actie een belangrijk moment. Binnen de Molukse gemeenschap en de politieke strijd en voor de relatie met de Nederlandse samenleving. Maar ook voor de Nederlandse overheid, voor hen was het zelfs een soort wake-up-call.

Dat de actie Wassenaar vaak in de schaduw staat is niet helemaal terecht. In meerdere opzichten was de actie een belangrijk moment.

Tegen het einde van de jaren zestig kwamen Molukse jongeren steeds vaker in aanvaring met Nederlandse jongeren. Er werd wel gesproken over een opkomende ‘Black Power-mentaliteit’ onder Molukse jongeren om erop te wijzen dat Molukse jongeren zich steeds zelfverzekerder en trots op hun eigen identiteit de confrontatie met hun Nederlandse leeftijdsgenoten en de Nederlandse overheid aangingen. Dat ging in eerste instantie niet om politieke zaken. Met de actie Wassenaar kreeg die confrontatie bij wijze van spreken een politiek militante dimensie, waarna ook daadwerkelijk contacten met de Amerikaanse beweging kwamen.

Vanuit de Nederlandse samenleving kwam een depolitiserende reactie. De jongeren zouden vooral in actie zijn gekomen uit boosheid over de behandeling van hun ouders, dus niet politiek, en/of zij zouden de dromen van hun ouders najagen. Tegen deze interpretaties namen de jongeren duidelijk stelling: het was hun eigen idee en Nederland moest niet denken dat zij door hun ouders waren opgehitst.

Overbrugging en samenwerking

Intern zorgde de actie Wassenaar voor een overbrugging tussen deels rivaliserende RMS bewegingen. De RMS regering in ballingschap van ir. J. Manusama die in 1966, na de executie mr.dr. Ch. Soumokil, was opgericht had in 1969 concurrentie gekregen van een tegenregering onder leiding van generaal I. Tamaela. Beide presidenten hadden de beschikking over eigen ‘veiligheidskorpsen’. Tameala’s korps werden commando’s genoemd, en bij Manusama was dat het Korps Pedjagaan Keamanan (Korps voor bewaking van veiligheid). Daarnaast was er een stroming RMS jongeren die zichzelf als onafhankelijk beschouwden en niet perse voor een van beide presidenten waren. Toen in de zomer van 1970 bekend werd dat de Indonesische president Suharto op 1 september naar Nederland zou komen voor een staatsbezoek, besloten jongeren hem een warm welkom te geven.

De jongeren lieten zien dat zij in staat waren om voor het politieke doel tegenstellingen terzijde te schuiven

Leden van Manusama’s KPK kregen hoogte van dat initiatief namen het vervolgens over. De actie groeide uit tot een plan om drie objecten te bezetten, het Indonesisch consulaat in Amsterdam, de Indonesische ambassade in Den Haag en de Indonesische residentie in Wassenaar. Op het laatste moment ging alleen de laatste actie door. Tijdens de voorbereidingen groeide de groep die bij de actie(s) betrokken werd. De jongeren kwamen uit alle RMS stromingen, waardoor de actie Wassenaar een teken werd van gezamenlijkheid. De jongeren lieten zien dat zij in staat waren om voor het politieke doel tegenstellingen terzijde te schuiven.

Voor de Nederlandse autoriteiten was het een wake-up call. De confrontaties tussen Molukse en Nederlandse leeftijdsgenoten hadden hen er al van doordrongen dat er iets moest gebeuren met de relatie tussen Molukkers en de Nederlandse samenleving. Men sprak wel van ‘normalisatie’ van de relatie. Een van de middelen die men daarvoor zag waren stichtingen voor de samenlevingsopbouw, later kortweg ‘de stichting’ genoemd, waar elke Molukse wijk subsidie voor kon krijgen. Eind jaren zestig waren goede ervaringen opgedaan met bijvoorbeeld de stichting Sou ’66 in Middelburg.

Normalisatie met Indonesië

De actie Wassenaar verraste de Nederlandse autoriteiten en met een schok realiseerden zij zich dat de positie van Molukkers in Nederland ook verbonden was met de Molukken. In de jaren negentig interviewde ik voor mijn boek ‘RMS van ideaal tot symbool’ iemand die indertijd bij de Binnenlandse Veiligheid Dienst (BVD) werkte. Voor hen was het een wake-up call vertelde hij. Naast de relatie met de Nederlandse samenleving moest ook worden gewerkt aan een ‘normalisatie’ van de relatie met Indonesië. De BVD intensiveerde haar aandacht voor Molukkers.

Voor een ‘normalisatie’ van de relatie met Indonesië had Nederland Indonesië nodig. In eerste instantie stond de Indonesische regering op het standpunt dat ‘het Molukse vraagstuk’ een Nederlands probleem was. Na moeizame onderhandelingen was Indonesië bereid Nederland uit de penarie te redden. Er kwam een overeenkomst waarin onder andere begeleide reizen van Nederlandse Molukkers naar Indonesië werden geregeld (de oriëntatiereizen) en repatriëringsmogelijkheden voor oudere Molukkers met een Indonesische nationaliteit. De organisatie lag in handen van joint comités, een in Nederland en een in Indonesië.

demonstratie naar aanleiding van actie Wassenaar

Eind zomer 1975 was de overeenkomst klaar en kon worden begonnen met de uitvoering. De Molukse jongeren waren intussen van mening dat de gesprekken na de actie wassenaar niets hadden opgeleverd. Nieuwe acties waren volgens hen noodzakelijk. Die kwamen er, te beginnen met de treinkaping bij Wijster en de gijzelingsactie in het Indonesische consulaat in Amsterdam in december 1975.

De bekendmaking en implementatie van het Akkoord van Wassenaar werden vanwege de nieuwe acties even uitgesteld. De uiteindelijke gevolgen van de oriëntatiereizen en andere maatregelen van het Akkoord droegen op langere termijn bij aan een veranderende positie van Molukkers in Nederland. De impact van de actie Wassenaar was dus vele malen groter dan men in 1970 kon bevroeden en dan tegenwoordig wordt onderkend.

Verder lezen:

Tete Siahaya ‘Mena Muria, Wassenaar ’70: Zuid-Molukkers slaan terug’, 1972

Henk Smeets & Fridus Steijlen, ‘In Nederland gebleven; de geschiedenis van Molukkers 1951-2006’, 2006; (hoofdstuk 8 en 9)

Fridus Steijlen, ‘RMS van Ideaal tot symbool, Moluks nationalisme in Nederland 1951-1994’, 1996; (hoofdstuk 6)

Black Lives Matter en bibliotheek Sophiahof

Hoe onze collectie (anti)racisme reflecteert.

Door Saskia Lindhout

De afgelopen maanden stond het nieuws er vol van; wereldwijd gingen mensen de straat op om te protesteren tegen racisme en racistisch politiegeweld. Black Lives Matter en soortgelijke antiracismebewegingen stonden plotseling overal op de voorgrond. Bedrijven, influencers en celebrities zagen de hype en maakten er dankbaar gebruik van; ineens postten celebrities video’s met #itakeresponsibility[1], iedereen deed mee aan #blackouttuesday[2] en verschillende bedrijven profileerden zich als supporters van de beweging via statements op hun social media[3].

Veel mensen van kleur die zich altijd al actief hebben ingezet in de strijd tegen racisme, bekritiseerden dit misbruik van de publiciteit rondom de beweging. Zo sprak Munroe Bergdorf, Brits transgender model, schrijfster en activiste, zich uit tegen de inhoudsloze steunbetuiging van L ‘Oréal Paris[4]. Bergdorf werkte in 2017 mee aan een campagne van het merk, maar werd na vier dagen ontslagen vanwege een online uitspraak tegen racisme.  Ook Seada Nourhussen, schrijfster, journalist en opiniemaker, merkte op dat er ineens wel heel veel steun en goede bedoelingen vanuit bekende-mensenland in de media verschenen. Vaak kwamen die van bekende Nederlanders die zich eigenlijk nooit eerder activistisch hadden getoond over het onderwerp en ook geen verdere actie leken te ondernemen voor structurele verandering[5].

Bergdorf en Nourhussen sluiten zich hiermee aan bij een grote groep kritische activisten, onder wie ook de auteurs van de tot nu toe genoemde artikelen. Midden in de storm van trendy online antiracisme spreken zij uit wat gemarginaliseerde groepen al generaties lang weten: antiracisme is geen trend, iets waar je tijdelijk bij kan aanhaken en waarmee je je imago kan verbeteren of meer producten kan verkopen. Racisme is een systemisch onrecht en verdwijnt niet zonder concrete actie.

In een maatschappij waar wit een machtspositie heeft, is je bezighouden met (anti)racisme een keuze, geen noodzaak. Tenminste, voor witte mensen dan. Feit is dat mensen van kleur al tientallen jaren dezelfde punten maken, maar dat er niet consequent naar hen wordt geluisterd. Zo kan het zijn dat witte mensen nu geschokt en verbijsterd zijn over uitingen van racisme, groot en klein, die Philomena Essed in de jaren ‘80 al uitvoerig beschreef in haar boek Alledaags racisme. Dat het hebben van een zwarte partner je niet vrijstelt van racisme, bijvoorbeeld (p. 70), of dat de zwarte pietendiscussie echt niet alleen van de laatste jaren is (p. 157). Ook dit verschijnsel zelf was al lang en breed bekend: dat mensen van kleur nog zo hard en lang kunnen roepen en toch nauwelijks lijken door te dringen tot de dominante witte groep. Zoals beschreven in Albert Memmi’s Racisme, hoezo? (1983): “de stem van de onderdrukte wordt weinig gehoord, zo niet systematisch verdrukt” (p. 60). En zo zorgt een combinatie van desinteresse en ongeloof er telkens weer voor dat het probleem ‘racisme’ uit het witte collectief geheugen verdwijnt.

Een van onze hoofddoelen als MHM is dan ook het waarborgen van getuigenissen van menselijke ervaringen, ook van racisme.

Vanuit het Moluks Historisch Museum zien wij hier een taak voor ons weggelegd. Ervaringen van racisme, op allerlei niveaus, zijn inherent aan zowel de Molukse als de Indische geschiedenis. Een van onze hoofddoelen als MHM is dan ook het waarborgen van getuigenissen van menselijke ervaringen, ook van racisme. Het beheren en ontsluiten van erfgoed mag dan misschien stoffig klinken, maar dat is het niet. Onze collectie vormt een levensgrote databank van bewijs, voor dat wat niet wordt geloofd of begrepen door zij die het niet meemaken of hebben meegemaakt. Ervaringen van onderdrukking, discriminatie, moeten strijden voor je rechten en je onafhankelijkheid zijn nu net zo actueel als honderden jaren geleden.

Door verbanden te leggen tussen vroeger en nu en door aan te tonen dat onderwerpen als racisme en antiracisme een lijn volgen door de eeuwen heen, geven we ook invulling aan onze rol van kenniscentrum. Denk hierbij niet alleen aan boeken die expliciet over het concept ‘racisme’ gaan, maar ook aan werken over vrijheidsstrijder Pattimura, het rassenargument tegen gemengde huwelijken, of de exotisering van ‘de inlander’.

De besproken boeken en de boeken die je hier afgebeeld ziet, zijn allen onderdeel van onze bibliotheek. Zij zijn uitgebracht in de jaren ’70, ’80 en ’90 en dragen in essentie dezelfde punten aan als antiracisme-activisten op dit moment doen. Bovendien behandelen deze boeken racisme al als een probleem, terwijl veel oudere boeken in de collectie een tijd reflecteren waarin het koloniale, Europese perspectief op mensen van kleur de onbetwiste norm was. Samen reflecteren deze boeken een onmiskenbaar patroon van steeds weer dezelfde, witte vraag: racisme, bestaat dat überhaupt wel? En steeds weer hetzelfde, vaak gekleurde antwoord: hoe lang moeten we nog schreeuwen, totdat jij dit ook eens als een probleem gaat zien?


[1] Coley, Jordan. ““I Take Responsibility” and the limits of celebrity activism.” The New Yorker, 12 juni 2020.https://www.newyorker.com/culture/cultural-comment/i-take-responsibility-and-the-limits-of-celebrity-activism.

[2] Greenspan, Rachel E. https://www.insider.com/blackout-tuesday-criticism-posts-hide-resources-black-lives-matter-blm-2020-6.

[3] Soudagar, Roxane. “Bedrijven en #BLM: goede sier of oprecht activisme?” OneWorld, 17 juli 2020. https://www.oneworld.nl/lezen/discriminatie/racisme/bedrijven-en-blm-goede-sier-of-oprecht-activisme/.

[4] Post van Munroe Bergdorf over hypocrisie L’Oréal Paris:
https://twitter.com/MunroeBergdorf/status/1267460238678069249.

[5] Post van @seadanourhussen: https://www.instagram.com/p/CA5B1NoFz2m/?utm_source=ig_web_copy_link.

  • 1
  • 2

Nieuwsbrief

Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief en blijf op de hoogte van alle ontwikkelingen van Museum Maluku.

Sophialaan 10, 2514 JR Den Haag
070-2005065
info@museum-maluku.nl