Sommige foto’s zijn meer dan een momentopname. Ze functioneren als tijdscapsules waarin kleding, lichaamstaal, muziek, plekken en gemeenschapsgevoel samenkomen. Eén beeld kan een hele generatie terugbrengen naar een specifieke tijd: naar stationspleinen, wijkfeesten, nachtelijke chatsessies op MSN, R&B-avonden, protesten, vriendschappen en de manier waarop jongeren zichzelf zichtbaar maakten in de jaren ’90.
Tijdens deze avond gaan we met elkaar in gesprek over hoe zulke beelden onderdeel worden van een collectief geheugen. Over hoe herinneringen niet alleen persoonlijk zijn, maar ook gedeeld worden binnen een gemeenschap. Want zodra oude foto’s samen bekeken worden, gebeurt er iets bijzonders: verhalen komen terug tot leven. Mensen herkennen gezichten, noemen vergeten namen, herinneren zich muziek, mode of de sfeer van een specifieke avond. Wat eerst een stilstaand beeld lijkt, verandert langzaam in een gedeeld archief van herinneringen.
Tatiana Wenno en Joshua Timisela schuiven aan voor een gesprek over die tijd en de blijvende impact ervan. Centraal staat onder andere deze iconische foto uit de jaren ’90, gemaakt voor de voormalige locatie van Museum Maluku.
Op de foto staat Tatiana Wenno: schrijfster, transcultureel regressietherapeut en een krachtige stem binnen gesprekken over identiteit, generaties en gemeenschap. Haar aankomende boek Het verhaal van jouw DNA opent een diepere laag van inzicht in generationele overdrachten, in het bijzonder binnen de Molukse gemeenschap. Gebaseerd op professionele kennis én bijna zestig diepte-interviews onderzoekt het boek de subtiele patronen die doorwerken in ons denken, voelen en handelen. Het laat zien hoe ervaringen, trauma’s, kracht en identiteit generaties lang worden meegenomen en doorgegeven.
Tatiana Wenno voor de voormalige locatie van Museum Maluku.
Zoals Tatiana het zelf omschrijft:
“De jaren ’90 waren van ons! Megafestatie, Utrecht Centraal, gebleekte kleding, Molukse sjaals, emblemen, 90’s R&B, PP2G, DLM, TMF-chat en nachtenlang op MSN.”
Maar deze avond gaat over meer dan nostalgie alleen. Het is ook een moment om stil te staan bij hoe een generatie zichzelf zichtbaar maakte in publieke ruimtes. Van stationspleinen tot wijkfeesten. Van bomberjacks met emblemen tot urenlange gesprekken via MSN of TMF-chat. Het waren momenten waarop gemeenschap tastbaar werd en identiteit een eigen vorm kreeg.
Juist binnen gemeenschappen waar veel verhalen mondeling zijn doorgegeven, spelen beelden een belangrijke rol. Ze helpen herinneringen vast te leggen, context te geven aan een generatie en herkenning mogelijk te maken tussen jong en oud. Samen terugkijken wordt daarmee meer dan herinneren alleen, het wordt een vorm van thuiskomen.
Tijdens deze avond onderzoeken we daarom niet alleen wat de jaren ’90 waren, maar ook waarom die herinneringen vandaag nog steeds zoveel oproepen. Waarom bepaalde foto’s direct emoties losmaken. Waarom mensen zichzelf, vrienden of familie blijven zoeken in archiefbeelden. En waarom een archief eigenlijk nooit af is.
Bezoekers krijgen daarnaast ruimte om eigen herinneringen en verhalen te delen en de tentoonstelling In Eigen Woorden te bekijken. Want juist die persoonlijke reacties voegen telkens nieuwe betekenis toe aan het collectieve verhaal.
Een variant van de poster met een groepsfoto van de actievoerders van de actie Wassenaar 1970 heeft een nieuw leven gekregen. De oorspronkelijke poster had een roodachtig achtergrond met boven groepsfoto in vlammende letters geschreven ‘Wassenaar’ en eronder ’35 pahlawan RMS’ (35 RMS helden). Op de nieuwe versie prijken dezelfde letters, maar nu in goud, tegen een achtergrond met de RMS vierkleur en staat onder de foto: Mena-Muria 31 augustus 1970 – 31 augustus 2020. Het is een oproep voor de vijftigjarige herdenking van de actie.
De actie Wassenaar, de bezetting van de residentie van de Indonesische ambassadeur op 31 augustus 1970, was de eerste van een serie radicale acties in de jaren zeventig. Na een dag gaven de jongeren zich over, nadat door de Nederlandse regering beloofd was dat er gesprekken kwamen tussen de Nederlandse regering en de Molukse leiders. Begrijpelijkerwijze wordt die eerste actie overschaduwd door de treinkapingen en gijzelingsacties van 1975 en vooral die in de Punt en Bovensmilde van 1977 toen de acties met veel geweld werden beëindigd waarbij doden vielen. Dat de actie Wassenaar vaak in de schaduw staat is niet helemaal terecht. In meerdere opzichten was de actie een belangrijk moment. Binnen de Molukse gemeenschap en de politieke strijd en voor de relatie met de Nederlandse samenleving. Maar ook voor de Nederlandse overheid, voor hen was het zelfs een soort wake-up-call.
Dat de actie Wassenaar vaak in de schaduw staat is niet helemaal terecht. In meerdere opzichten was de actie een belangrijk moment.
Tegen het einde van de jaren zestig kwamen Molukse jongeren steeds vaker in aanvaring met Nederlandse jongeren. Er werd wel gesproken over een opkomende ‘Black Power-mentaliteit’ onder Molukse jongeren om erop te wijzen dat Molukse jongeren zich steeds zelfverzekerder en trots op hun eigen identiteit de confrontatie met hun Nederlandse leeftijdsgenoten en de Nederlandse overheid aangingen. Dat ging in eerste instantie niet om politieke zaken. Met de actie Wassenaar kreeg die confrontatie bij wijze van spreken een politiek militante dimensie, waarna ook daadwerkelijk contacten met de Amerikaanse beweging kwamen.
Vanuit de Nederlandse samenleving kwam een depolitiserende reactie. De jongeren zouden vooral in actie zijn gekomen uit boosheid over de behandeling van hun ouders, dus niet politiek, en/of zij zouden de dromen van hun ouders najagen. Tegen deze interpretaties namen de jongeren duidelijk stelling: het was hun eigen idee en Nederland moest niet denken dat zij door hun ouders waren opgehitst.
Overbrugging en samenwerking
Intern zorgde de actie Wassenaar voor een overbrugging tussen deels rivaliserende RMS bewegingen. De RMS regering in ballingschap van ir. J. Manusama die in 1966, na de executie mr.dr. Ch. Soumokil, was opgericht had in 1969 concurrentie gekregen van een tegenregering onder leiding van generaal I. Tamaela. Beide presidenten hadden de beschikking over eigen ‘veiligheidskorpsen’. Tameala’s korps werden commando’s genoemd, en bij Manusama was dat het Korps Pedjagaan Keamanan (Korps voor bewaking van veiligheid). Daarnaast was er een stroming RMS jongeren die zichzelf als onafhankelijk beschouwden en niet perse voor een van beide presidenten waren. Toen in de zomer van 1970 bekend werd dat de Indonesische president Suharto op 1 september naar Nederland zou komen voor een staatsbezoek, besloten jongeren hem een warm welkom te geven.
De jongeren lieten zien dat zij in staat waren om voor het politieke doel tegenstellingen terzijde te schuiven
Leden van Manusama’s KPK kregen hoogte van dat initiatief namen het vervolgens over. De actie groeide uit tot een plan om drie objecten te bezetten, het Indonesisch consulaat in Amsterdam, de Indonesische ambassade in Den Haag en de Indonesische residentie in Wassenaar. Op het laatste moment ging alleen de laatste actie door. Tijdens de voorbereidingen groeide de groep die bij de actie(s) betrokken werd. De jongeren kwamen uit alle RMS stromingen, waardoor de actie Wassenaar een teken werd van gezamenlijkheid. De jongeren lieten zien dat zij in staat waren om voor het politieke doel tegenstellingen terzijde te schuiven.
Voor de Nederlandse autoriteiten was het een wake-up call. De confrontaties tussen Molukse en Nederlandse leeftijdsgenoten hadden hen er al van doordrongen dat er iets moest gebeuren met de relatie tussen Molukkers en de Nederlandse samenleving. Men sprak wel van ‘normalisatie’ van de relatie. Een van de middelen die men daarvoor zag waren stichtingen voor de samenlevingsopbouw, later kortweg ‘de stichting’ genoemd, waar elke Molukse wijk subsidie voor kon krijgen. Eind jaren zestig waren goede ervaringen opgedaan met bijvoorbeeld de stichting Sou ’66 in Middelburg.
Normalisatie met Indonesië
De actie Wassenaar verraste de Nederlandse autoriteiten en met een schok realiseerden zij zich dat de positie van Molukkers in Nederland ook verbonden was met de Molukken. In de jaren negentig interviewde ik voor mijn boek ‘RMS van ideaal tot symbool’ iemand die indertijd bij de Binnenlandse Veiligheid Dienst (BVD) werkte. Voor hen was het een wake-up call vertelde hij. Naast de relatie met de Nederlandse samenleving moest ook worden gewerkt aan een ‘normalisatie’ van de relatie met Indonesië. De BVD intensiveerde haar aandacht voor Molukkers.
Voor een ‘normalisatie’ van de relatie met Indonesië had Nederland Indonesië nodig. In eerste instantie stond de Indonesische regering op het standpunt dat ‘het Molukse vraagstuk’ een Nederlands probleem was. Na moeizame onderhandelingen was Indonesië bereid Nederland uit de penarie te redden. Er kwam een overeenkomst waarin onder andere begeleide reizen van Nederlandse Molukkers naar Indonesië werden geregeld (de oriëntatiereizen) en repatriëringsmogelijkheden voor oudere Molukkers met een Indonesische nationaliteit. De organisatie lag in handen van joint comités, een in Nederland en een in Indonesië.
demonstratie naar aanleiding van actie Wassenaar
Eind zomer 1975 was de overeenkomst klaar en kon worden begonnen met de uitvoering. De Molukse jongeren waren intussen van mening dat de gesprekken na de actie wassenaar niets hadden opgeleverd. Nieuwe acties waren volgens hen noodzakelijk. Die kwamen er, te beginnen met de treinkaping bij Wijster en de gijzelingsactie in het Indonesische consulaat in Amsterdam in december 1975.
De bekendmaking en implementatie van het Akkoord van Wassenaar werden vanwege de nieuwe acties even uitgesteld. De uiteindelijke gevolgen van de oriëntatiereizen en andere maatregelen van het Akkoord droegen op langere termijn bij aan een veranderende positie van Molukkers in Nederland. De impact van de actie Wassenaar was dus vele malen groter dan men in 1970 kon bevroeden en dan tegenwoordig wordt onderkend.