Groetjes uit Beeld & Geluid : Sounds Familiar
Beeld & Geluid vormt al decennialang het geheugen van de Nederlandse media. In Hilversum liggen duizenden uren aan televisie, radio en digitaal materiaal opgeslagen. Fragmenten die samen bepalen hoe Nederland zichzelf ziet, herkent en herinnert. Tussen deze beelden bevinden zich ook verhalen van Molukse gemeenschappen: zichtbaar, maar niet altijd volledig verteld.
Juist daar raakt Sounds Familiar de kern. In dit onderzoeksprogramma werkt Beeld & Geluid samen met verschillende communities, waaronder Museum Maluku, om audiovisuele archieven inclusiever en gelaagder te maken. Niet alleen door materiaal te ontsluiten, maar vooral door perspectieven toe te voegen die lange tijd ontbraken.
Tijdens de co-creatiesessies in Hilversum wordt dat direct voelbaar. Fragmenten die ooit als afgeronde verhalen zijn uitgezonden, blijken opnieuw open te breken zodra ze door andere ogen worden bekeken. Voor Willem Hully (tweede generatie, regisseur en programmamaker) was dit een nieuw perspectief op zijn eigen werk. Tijdens een van de sessies zag hij een fragment terug van de NMO (Nederlandse Moslim Omroep), beelden die hij zelf ooit had gemonteerd, vroeg in zijn carrière als video editor. Wat destijds technisch werk was, kreeg ineens een andere lading. Hij beschrijft hoe de beelden nog steeds iets bij hem losmaken. Niet alleen vanwege de inhoud, maar vanwege het besef van context of juist het gebrek daaraan. Op de bijna vanzelfsprekende vraag of hij het vandaag anders zou monteren, volgt zonder aarzeling: ja. Waar vroeger het narratief vaak impliciet werd bepaald vanuit een dominant, veelal wit perspectief, ziet hij nu ruimte en noodzaak voor meer gelaagdheid. “Ik zou nu veel meer ruimte maken voor de storyline.”
Herkenning, inspraak en de kracht van co-creatie
Tijdens de eerste sessie werd direct duidelijk hoe persoonlijk en beladen het archief kan zijn. Een fragment uit de aflevering Tjandu (vrij vertaald: drugs) raakte de groep zichtbaar. In het fragment vertelt een man over zijn verslaving in de jaren tachtig, zijn zoektocht naar (geestelijke) hulp, de vervreemding van familie en omgeving, en uiteindelijk zijn weg terug naar zichzelf en zijn geloof.
Voor veel deelnemers was dit geen afstandelijk verhaal, maar herkenning. De beelden riepen herinneringen op aan een periode waarin drugsproblematiek diep ingreep in Molukse gemeenschappen. Er ontstond ruimte om ervaringen te delen soms voorzichtig, soms openlijk. Tegelijkertijd werd ook een ander verhaal zichtbaar: hoe deze periode binnen families juist een aanleiding vormde voor betrokkenheid en zorg, en hoe het sommigen motiveerde om zich in te zetten binnen de (verslavings)zorg om hun eigen gemeenschap te ondersteunen.

Ook in de ervaring van Adája Matahelumual (derde generatie, onderzoeker en maker) werd Sounds Familiar niet alleen een onderzoeksomgeving, maar ook een plek van herkenning. In de verhalen van anderen herkende zij elementen van haar eigen achtergrond, haar familiegeschiedenis en haar identiteit. Die gedeelde herkenning maakte de sessies niet alleen inhoudelijk waardevol, maar ook vertrouwd en verbindend.
De drie co-creatiesessies vormen hierin een gerichte werkwijze. In kleine groepen wordt bestaand Moluks archiefmateriaal gezamenlijk bekeken en van nieuwe duiding voorzien. Niet als correctie van het verleden, maar als aanvulling op bestaande beschrijvingen, met meer context, meerstemmigheid en precisie. Tijdens de afsluitende zoeksessie wordt vervolgens zichtbaar waar systemen tekortschieten: waar verhalen moeilijk vindbaar zijn, anders zijn gecategoriseerd of volledig ontbreken.
Ze beschrijft hoe het samen kijken naar archiefmateriaal en het uitwisselen van perspectieven ruimte gaf voor nieuwe inzichten. Niet alleen over wat zichtbaar is, maar juist ook over wat ontbreekt. Het luisteren naar elkaars verhalen, zonder oordeel en met aandacht, ervaart zij als een essentieel onderdeel van het proces. Tegelijkertijd benadrukt ze hoe belangrijk het is dat gemeenschappen zelf inspraak krijgen in hoe hun geschiedenis wordt beschreven en teruggevonden. Voor haar ligt daar de kracht van Sounds Familiar: in het actief ruimte maken voor stemmen die te lang onderbelicht zijn gebleven.
Een concreet voorbeeld maakt dit direct inzichtelijk. Een van de groepen ging op zoek naar fragmenten van traditionele Molukse dansen en gebruikte zoektermen als “Molukse krijgsdans”, “Tjakalele” en “Menari Lenso”. Tot hun verbazing leverde dit nauwelijks resultaten op. Niet omdat het materiaal er niet is, maar omdat het anders is beschreven.
Veel van deze fragmenten stammen uit de periode vóór 2000, waarin terminologie anders werd gebruikt. Molukse gemeenschappen werden destijds vaak aangeduid als “Ambonezen” en traditionele dansen als “volksdansen”. Door te zoeken vanuit hedendaagse en cultureel specifieke termen, bleven relevante beelden buiten beeld. Juist dit voorbeeld onderstreept de kern van het project: archieven zijn niet neutraal. De manier waarop materiaal is beschreven, bepaalt wat zichtbaar wordt en wat niet. Het verrijken en actualiseren van deze metadata is daarmee essentieel om verhalen beter vindbaar en representatief te maken.
Wat hier gebeurt, is wezenlijk anders dan traditionele archiefvorming. Het is geen eenrichtingsverkeer, maar een proces van gedeeld eigenaarschap. Dit project maakt duidelijk dat archieven geen statische verzamelingen zijn, maar levende structuren. Ze worden continu gevormd, door keuzes, perspectieven en door wie er wel en niet meeschrijft.




