Skip to main content

In eigen woorden: van archief naar tentoonstelling

Het was een proces van bladeren, tillen, ordenen en vooral: kijken, en opnieuw kijken.

Elke foto ging letterlijk door onze handen. Met witte handschoenen, zorgvuldig en aandachtig. Soms viel er stilte, omdat een beeld binnenkwam. Soms werd er gelachen om oude bekenden, om kapsels uit een andere tijd, om plekken die nog steeds herkenbaar zijn. Tussen het werken door klonk muziek, werden herinneringen gedeeld en ontstonden gesprekken over vroeger en nu.

Wat deze dagen bijzonder maakte, was wie er aan tafel zaten. Drie generaties, ieder met een eigen perspectief en verbinding met het verleden. Het selectieproces werd daarmee meer dan een praktische taak; het werd een moment van ontmoeting.

Voor In Eigen Woorden kozen we drie leidende sentimenten: plezier, gemeenschapszin en verzet. Deze vormden het kompas in het selectieproces.

Al snel werd duidelijk: dit archief is geen statische verzameling, maar een levend geheugen. Selecteren betekende dus niet alleen kijken naar esthetiek, maar vooral naar representatie. Welke beelden vertellen wie wij zijn? Welke dragen bij aan het verhaal dat we samen willen delen?

De beelden die uiteindelijk zijn gekozen, vormen samen een visuele vertelling waarin persoonlijke herinneringen en collectieve geschiedenis in elkaar overlopen.

 

voorbereiding-tentoonstelling


Meer dan een tentoonstelling

Museum Maluku is een gemeenschapsmuseum. Wij werken voor en met de gemeenschap om erfgoed en cultuur levend te houden. Met In Eigen Woorden brengen we niet alleen beelden samen, maar ook stemmen, perspectieven en vragen.

Want bij veel foto’s ontbreekt context. Wie staan erop? Waar zijn ze genomen? Wie is de maker?

Daarom zetten we actief in op het verrijken van onze collectie met metadata, samen met de gemeenschap. Eerder dit jaar organiseerden we in Kamp Vught een pilot voor community crowdsourcing. Een eerste stap in een langer traject waarin gedeeld eigenaarschap centraal staat.

Ook tijdens de opbouw bleef die zorgvuldigheid voelbaar. Iedere foto kreeg een objectnummer, handmatig aangebracht. In duo’s werkten we ons door de ruimte, beeld voor beeld. Een intensief proces…we kunnen de nummers inmiddels dromen.

Toen we voor het eerst als team de zaal binnenliepen, kwam het binnen.
“Ik zie mijn opa en oma terug.”
“Ik voel me verbonden, ook al ben ik niet in de wijk opgegroeid.”

Er was herkenning, trots, maar ook het besef dat veel mensen op de foto’s er niet meer zijn. Verdriet en blijdschap bestonden naast elkaar.

Wat we bewaren, bepaalt wat we doorgeven

Op 18 maart was de opbouw afgerond. Volgens Molukse traditie sloten we de ruimte ritueel af met sasi.

Sasi is een eeuwenoud gebruik binnen de adat: een systeem van tijdelijke afsluiting, bedoeld om balans, respect en duurzaamheid te waarborgen. Wat gesloten is, krijgt tijd. Wat beschermd wordt, krijgt waarde.

De tentoonstelling bleef tot de opening afgeschermd niet alleen fysiek, maar ook symbolisch. Een moment van rust, voordat het gedeeld wordt.

De avond van de opening

De spanning was voelbaar en de zaal vol. Onderling grapten we dat het meer op een pesta leek dan op een formele opening.

Gasten werden ontvangen door Moesha, maakten een eerste herinnering in de photobooth van Phobu en schoven aan voor een warme maaltijd verzorgd door Nona Malesi. Ontmoeting stond centraal, nog voordat de tentoonstelling werd bekeken.

Het openingswoord werd verzorgd door bestuurslid Ezra Papilaja, gevolgd door een toelichting van Yanise Zijlstra. Directeur Henry Timisela nodigde vervolgens iedereen uit om de zaal te betreden.

Hoewel de stiften al klaar lagen en we als team voorbeelden op de muren hadden gezet, een uitnodiging om namen van dierbaren toe te voegen voelde het bijna onwerkelijk.

Als kind leer je immers dat je niet op muren tekent. Laat staan met verfstiften en toch was het precies de bedoeling.

Even leek er nog aarzeling in de ruimte. Maar toen iemand de eerste naam schreef, volgden er al snel meer. Het was zelfs zo dat we stiften te kort kwamen…Het was alsof er iets werd losgemaakt. Naam na naam verscheen op de muren. Plaatsen, herinneringen, kleine notities. Fragmenten van levens die opnieuw zichtbaar werden.

Mensen die schreven, werden aangesproken door anderen die dezelfde personen herkenden. Gesprekken ontstonden spontaan. Verhalen werden aangevuld, herinneringen gedeeld en nog veel mooier geschiedenis werd geschreven.

Bedankt aan iedereen die heeft meegewerkt aan deze tentoonstelling en de opening met zorgzame handen heeft verzorgd.

De tentoonstelling In Eigen Woorden is tot 26 september 2026 te zien in het Sophiahof. Plan je bezoek hier. 

Actie Wassenaar 1970 – Een wake up call

Een variant van de poster met een groepsfoto van de actievoerders van de actie Wassenaar 1970 heeft een nieuw leven gekregen. De oorspronkelijke poster had een roodachtig achtergrond met boven groepsfoto in vlammende letters geschreven ‘Wassenaar’ en eronder ’35 pahlawan RMS’ (35 RMS helden). Op de nieuwe versie prijken dezelfde letters, maar nu in goud, tegen een achtergrond met de RMS vierkleur en staat onder de foto: Mena-Muria 31 augustus 1970 – 31 augustus 2020. Het is een oproep voor de vijftigjarige herdenking van de actie.

De actie Wassenaar, de bezetting van de residentie van de Indonesische ambassadeur op 31 augustus 1970, was de eerste van een serie radicale acties in de jaren zeventig. Na een dag gaven de jongeren zich over, nadat door de Nederlandse regering beloofd was dat er gesprekken kwamen tussen de Nederlandse regering en de Molukse leiders. Begrijpelijkerwijze wordt die eerste actie overschaduwd door de treinkapingen en gijzelingsacties van 1975 en vooral die in de Punt en Bovensmilde van 1977 toen de acties met veel geweld werden beëindigd waarbij doden vielen. Dat de actie Wassenaar vaak in de schaduw staat is niet helemaal terecht. In meerdere opzichten was de actie een belangrijk moment. Binnen de Molukse gemeenschap en de politieke strijd en voor de relatie met de Nederlandse samenleving. Maar ook voor de Nederlandse overheid, voor hen was het zelfs een soort wake-up-call.

Dat de actie Wassenaar vaak in de schaduw staat is niet helemaal terecht. In meerdere opzichten was de actie een belangrijk moment.

Tegen het einde van de jaren zestig kwamen Molukse jongeren steeds vaker in aanvaring met Nederlandse jongeren. Er werd wel gesproken over een opkomende ‘Black Power-mentaliteit’ onder Molukse jongeren om erop te wijzen dat Molukse jongeren zich steeds zelfverzekerder en trots op hun eigen identiteit de confrontatie met hun Nederlandse leeftijdsgenoten en de Nederlandse overheid aangingen. Dat ging in eerste instantie niet om politieke zaken. Met de actie Wassenaar kreeg die confrontatie bij wijze van spreken een politiek militante dimensie, waarna ook daadwerkelijk contacten met de Amerikaanse beweging kwamen.

Vanuit de Nederlandse samenleving kwam een depolitiserende reactie. De jongeren zouden vooral in actie zijn gekomen uit boosheid over de behandeling van hun ouders, dus niet politiek, en/of zij zouden de dromen van hun ouders najagen. Tegen deze interpretaties namen de jongeren duidelijk stelling: het was hun eigen idee en Nederland moest niet denken dat zij door hun ouders waren opgehitst.

Overbrugging en samenwerking

Intern zorgde de actie Wassenaar voor een overbrugging tussen deels rivaliserende RMS bewegingen. De RMS regering in ballingschap van ir. J. Manusama die in 1966, na de executie mr.dr. Ch. Soumokil, was opgericht had in 1969 concurrentie gekregen van een tegenregering onder leiding van generaal I. Tamaela. Beide presidenten hadden de beschikking over eigen ‘veiligheidskorpsen’. Tameala’s korps werden commando’s genoemd, en bij Manusama was dat het Korps Pedjagaan Keamanan (Korps voor bewaking van veiligheid). Daarnaast was er een stroming RMS jongeren die zichzelf als onafhankelijk beschouwden en niet perse voor een van beide presidenten waren. Toen in de zomer van 1970 bekend werd dat de Indonesische president Suharto op 1 september naar Nederland zou komen voor een staatsbezoek, besloten jongeren hem een warm welkom te geven.

De jongeren lieten zien dat zij in staat waren om voor het politieke doel tegenstellingen terzijde te schuiven

Leden van Manusama’s KPK kregen hoogte van dat initiatief namen het vervolgens over. De actie groeide uit tot een plan om drie objecten te bezetten, het Indonesisch consulaat in Amsterdam, de Indonesische ambassade in Den Haag en de Indonesische residentie in Wassenaar. Op het laatste moment ging alleen de laatste actie door. Tijdens de voorbereidingen groeide de groep die bij de actie(s) betrokken werd. De jongeren kwamen uit alle RMS stromingen, waardoor de actie Wassenaar een teken werd van gezamenlijkheid. De jongeren lieten zien dat zij in staat waren om voor het politieke doel tegenstellingen terzijde te schuiven.

Voor de Nederlandse autoriteiten was het een wake-up call. De confrontaties tussen Molukse en Nederlandse leeftijdsgenoten hadden hen er al van doordrongen dat er iets moest gebeuren met de relatie tussen Molukkers en de Nederlandse samenleving. Men sprak wel van ‘normalisatie’ van de relatie. Een van de middelen die men daarvoor zag waren stichtingen voor de samenlevingsopbouw, later kortweg ‘de stichting’ genoemd, waar elke Molukse wijk subsidie voor kon krijgen. Eind jaren zestig waren goede ervaringen opgedaan met bijvoorbeeld de stichting Sou ’66 in Middelburg.

Normalisatie met Indonesië

De actie Wassenaar verraste de Nederlandse autoriteiten en met een schok realiseerden zij zich dat de positie van Molukkers in Nederland ook verbonden was met de Molukken. In de jaren negentig interviewde ik voor mijn boek ‘RMS van ideaal tot symbool’ iemand die indertijd bij de Binnenlandse Veiligheid Dienst (BVD) werkte. Voor hen was het een wake-up call vertelde hij. Naast de relatie met de Nederlandse samenleving moest ook worden gewerkt aan een ‘normalisatie’ van de relatie met Indonesië. De BVD intensiveerde haar aandacht voor Molukkers.

Voor een ‘normalisatie’ van de relatie met Indonesië had Nederland Indonesië nodig. In eerste instantie stond de Indonesische regering op het standpunt dat ‘het Molukse vraagstuk’ een Nederlands probleem was. Na moeizame onderhandelingen was Indonesië bereid Nederland uit de penarie te redden. Er kwam een overeenkomst waarin onder andere begeleide reizen van Nederlandse Molukkers naar Indonesië werden geregeld (de oriëntatiereizen) en repatriëringsmogelijkheden voor oudere Molukkers met een Indonesische nationaliteit. De organisatie lag in handen van joint comités, een in Nederland en een in Indonesië.

demonstratie naar aanleiding van actie Wassenaar

Eind zomer 1975 was de overeenkomst klaar en kon worden begonnen met de uitvoering. De Molukse jongeren waren intussen van mening dat de gesprekken na de actie wassenaar niets hadden opgeleverd. Nieuwe acties waren volgens hen noodzakelijk. Die kwamen er, te beginnen met de treinkaping bij Wijster en de gijzelingsactie in het Indonesische consulaat in Amsterdam in december 1975.

De bekendmaking en implementatie van het Akkoord van Wassenaar werden vanwege de nieuwe acties even uitgesteld. De uiteindelijke gevolgen van de oriëntatiereizen en andere maatregelen van het Akkoord droegen op langere termijn bij aan een veranderende positie van Molukkers in Nederland. De impact van de actie Wassenaar was dus vele malen groter dan men in 1970 kon bevroeden en dan tegenwoordig wordt onderkend.

Verder lezen:

Tete Siahaya ‘Mena Muria, Wassenaar ’70: Zuid-Molukkers slaan terug’, 1972

Henk Smeets & Fridus Steijlen, ‘In Nederland gebleven; de geschiedenis van Molukkers 1951-2006’, 2006; (hoofdstuk 8 en 9)

Fridus Steijlen, ‘RMS van Ideaal tot symbool, Moluks nationalisme in Nederland 1951-1994’, 1996; (hoofdstuk 6)