In deze nieuwsbrief berichtten we al eerder over de oprichting van Restaurant Havendorp in Vlissingen. Van juli 1954 tot november 1962 was Havendorp in Vlissingen een Ambonezenkamp. De oude naam herleeft in het nieuwe restaurant van Dicky Wattimena dat is gevestigd in de voormalige stationsrestauratie van NS-Station Vlissingen (Nieuwsbrief nov. 2018). We kondigen graag aan dat het Indisch Herinneringscentrum op zondagmiddag 1 december de Indische Salon – Tastbare Herinneringen “Wat is jouw Poesaka?”, organiseert. De middag wordt gepresenteerd door Simone Berger en Armando Ello, bekend van hun boek ‘De lange reis van de Poesaka – Indische tastbare herinneringen’. Met niet alleen Indische verhalen, maar ook Molukse herinneringen en voorwerpen.
Nel Lekatompessy speelt een stukje uit haar voorstelling ‘Biskoewit Verkade’. Met het thema Tastbare Herinneringen worden verhalen gedeeld aan de hand van voorwerpen die zijn gekoppeld aan speciale (familie)herinneringen. Iedereen wordt van harte uitgenodigd om een POESAKA mee te nemen, een familie erfstuk ofwel een persoonlijk voorwerp dat in de naoorlogse jaren vanuit Nederlands-Indië of Indonesië op de boot of met het vliegtuig is meegekomen. Wat vertelt dat voorwerp over het familieverleden en identiteit?
Programma 13:00 – Ontvangst 14:00 – Start programma 17:00 – Borrel 18:00 – Einde programma
Locatie: Restaurant Havendorp, Stationsplein 5 in Vlissingen. Gratis parkeermogelijkheden en naast NS-station Vlissingen. Kosten: € 14,50 inclusief 2 drankjes en snacks tijdens pauze en de borrel. Het bedrag graag voorafgaand overmaken aan NL56 INGB 0652221580 t.n.v. Stichting Indisch Herinneringscentrum te Den Haag o.v.v. Indische Salon – Tastbare Herinneringen Aanmelden via www.indischherinneringscentrum.nl
Het goed bezochte live magazine in samenwerking met Museum Bronbeek, op zaterdag 26 oktober, bracht een gevarieerd programma met o.a. een minicollege van Fridus Steijlen over hoe al in een vroeg stadium de emancipatie van de Molukse vrouw een impuls kreeg vanwege de deelname van vrouwen aan de Gerakan Pattimura, een progressieve Molukse jongerenorganisatie. Niet alleen de positie van de vrouw was een thema in de organisatie, maar ook hoe de Molukse culturele waarden behouden konden blijven. Onder andere om die reden werden Nederlandse vrouwen, die getrouwd waren met een Molukker, ook toegelaten tot de beweging. Zodat de culturele waarden in deze gemengde gezinnen niet verloren zouden gaan.
Francy Tomatala, Dinah Marijanan en haar dochter Rachelle wierpen tijdens het programma een blik op de geschiedenis en de toekomst van de emancipatie van Molukse vrouwen in Nederland. Die emancipatie heeft volgens hen veel moeite gekost maar de nieuwe generatie Molukse vrouwen is steeds meer zelfbewust en blijft daarnaast loyaal aan hun afkomst.
In het programma kwamen ook twee vrouwen aan het woord die in de jaren ‘50 en ‘60 trouwden met een Molukse man. In ‘Help, mijn man is Molukker!’ vertelden de Brabantse Annie Matulessy en de Drentse Hilly Tuhuteru over hoe men zich over en weer probeerde aan te passen aan de toen heersende normen en waarden. Of zoals Annie Matulessy verwoordde: “In het kamp (Lunetten) waren mijn kinderen lichter dan anderen. Toen we verhuisden waren de kinderen weer een van de weinigen met een donker uiterlijk.”
Ook Lenie Wenno-Sapulette, auteur van ‘Het kookboek van Malukufood’ vertelde over hoe men zich in de beginjaren ‘50, vlak na aankomst, moest aanpassen op culinair gebied omdat nog niet alles te krijgen was. Tegelijkertijd vormde het eten een troost en het samen koken bij speciale gelegenheden een sociale verbinding door alle lagen en generaties van de Molukse gemeenschap heen. Tot op de dag van vandaag.
De dag werd afgesloten met een gedicht als ode aan alle vrouwen, uitgesproken door auteur Coby Nuruwé. Binnenkort publiceert zij haar nieuwe boek ‘Ibu’, een verzameling gedichten en gedachten over het moederschap.
In samenwerking met het Indisch Herinneringscentrum organiseerde Moluks Historisch Museum op zondag 20 oktober in Museum Sophiahof een programma gepresenteerd over vrouwen in het verzet, als publieksactiviteit naast de tentoonstelling ‘Vechten voor vrijheid. De vele gezichten van verzet’. Met diverse inleidingen, een debat en een column, werden de minder bekende verhalen verteld van vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog vochten voor vrijheid. Dit alles onder leiding van host Esther-Clair Sasabone.
Onderbelicht en onbekend, zo betoogde Margaret Leidelmeijer, niet alleen vanwege het vrouw-zijn. Ook aspecten als afkomst en huidskleur bepalen wat er wel en niet als volwaardig verzet in de bronnen werd geboekstaafd. Waarmee witte mannen bovenaan in de schaal van mate van aandacht staan, en vrouwen van kleur bungelen ergens onderaan
Over het leven van de Indische Sabine Zuur bijvoorbeeld, de vrouw van verzetsman Peter Tazelaar, was zo goed als niets bekend. In zijn inleiding schetste Victor Laurentius haar leven in dienst van de strijd tegen de onderdrukking door de Nazi’s en hoe zij twee concentratiekampen overleefde, om daarna min of meer in de vergetelheid te raken.
Ron Habiboe liet een keur aan Molukse verzetsvrouwen passeren. Van klein tot groot verzet door bijvoorbeeld Molukse meisjes uit de Japanse bordelen te houden en het verzet van Coosje Ayal als lid van de Kokkelinkgroep in Nieuw-Guinea onder leiding van kapitein J.B.H. Willemsz-Geeroms.
Bijzonder was de aanwezigheid van een aantal kinderen van Coosje Ayal, Milco en Liesje Evers en Sonja Balkstra, die vertelden over de trauma’s van hun moeder en hoe dat impact had op hun leven met haar. Bijzonder trots waren ze om te kunnen aankondigen dat er in Ridderkerk een straat naar haar wordt vernoemd.
Het programma kreeg een vervolg met meer gesprekken over hoe een verzetsverleden nog steeds invloed kan hebben op de volgende generaties. Josselien Verhoeve vertelde in haar column over haar opa Frits Dahler en hoe zij zich tot op heden verzet tegen de beeldvorming rond haar opa. Klik hier voor haar column. Met Jazzy Taihuttu, betrokken bij de campagne ‘De wereld van de oost’ rondom de film ‘De Oost’ van Jim Taihuttu (over een soldaat die na het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt uitgezonden naar Indonesië), werd besproken dat er nog steeds actief aandacht gevraagd moet worden voor de invulling van volwaardige vrouwenrollen. Ook juist daar waar er minder bronnen voorhanden zijn.
Vocalist Esther Nijhove bracht op haar manier een ode aan de vrouwen in verzet, met het lied ‘Unforgettable’. Hopelijk heeft het gezamenlijke programma daar ook een bijdrage aan geleverd.
Het duurde even voordat er een tweede boek verscheen na ‘Njonja’ (2016) dat ging over Njonja Soumokil, echtgenote van Chris Soumokil, de tweede president van de Republiek der Zuid-Molukken. Maar met ‘Barak 85 kamer 10’ levert Dinah Marijanan weer een belangrijke literaire bijdrage aan het behoud van het Molukse erfgoed. In het boek, dat zij op 16 november jl. i.s.m. het Moluks Historisch Museum in Museum Sophiahof presenteerde, keert ze terug naar kamp Westerbork met haar dementerende zus, in de hoop dat het bezoek weer herinneringen terugbrengt.
Onder grote publieke belangstelling werd het boek officieel overhandigd aan twee zoons van de zus van Dinah Marijanan. ‘Barak 85 kamer 10’ was het adres van de familie in Schattenberg. Dinah woonde daar van haar vijfde tot haar negende met haar oudere zus Marie en de rest van het gezin. Zoon Addy: “Het is een beladen dag en zwaar om hierheen te gaan, want het is nog niet zo lang geleden dat moeder overleed. Maar het is tegelijk ook een mooi moment.” Zoon Marcel is trots op zijn tante: “Het verhaal dat zij heeft opgeschreven is bij velen niet bekend. Niet bij mensen van mijn generatie, laat staan bij jongere generaties.”
In het programma van de boekpresentatie las Dinah een aantal passages voor uit het boek. Bijvoorbeeld over hoe de trauma’s van de ouders resulteerden in een harde opvoeding. Vaak bleef het niet bij een klap: ‘Het ergste wat je mij weleens hebt verteld, was over een jongen die in zijn ondergoed op een stoel voor het raam van zijn barak stond, de handen vastgebonden op zijn rug. Zodat iedereen hem kon zien. Zijn broertje moest van zijn vader zoveel mogelijk kinderen optrommelen om naar het schouwspel te komen kijken. Dan hebben we het nog niet eens over ooms die hun kinderen om het minste of geringste met de riem ervan langs gaven’, zo wordt in het boek beschreven. Marijanan: “Ik realiseer me heel goed dat ik hiermee zaken naar buiten breng die de mensen liever niet horen. Maar de weerslag van deze opvoeding op mijn generatie is ernstig. Mensen kozen in de jaren ‘70 voor gewelddadige acties. Dat is niet zo vreemd als je opgroeit in een wereld vol met geweld en agressie.”
Dinah Marijanan wil met dit boek ook de jongere generatie Molukkers bereiken en mensen die het leven in de Molukse kampen niet zelf hebben meegemaakt. Speciaal voor de boekpresentatie had Dinah twee ‘meelezers’ uitgenodigd: Jacintha Pesulima en Jan van Leeuwen. Jacintha herkende veel in het boek: “Mijn moeder vertelde dergelijke verhalen over woonoord Genapium in Gennep. Soms moest ik het boek weg leggen. Wat mijn hart brak was het stuk waarin beschreven werd hoe Molukse kinderen de namen kregen van de leden van het Nederlandse koninklijk huis, zo loyaal waren ze aan Nederland. Mijn moeder heet Wilhelmina.”
‘Ze staart me nog steeds met natte ogen aan. Een ding wil ik nog met haar delen. ‘Vaders zoals de mijne, gaven hun eerste zoon de naam Bernard en hun dochters, die hier werden geboren, de namen Juliana, Christina, Wilhelmina of Beatrix. Zelfs nadat ze na aankomst hier uit het militaire ambt waren gezet, bleven ze loyaal aan het Nederlandse koningshuis.’(Uit: Barak 85 kamer 10)
Jan van Leeuwen is weliswaar getrouwd met een Molukse vrouw maar zij kwam pas in 1985 naar Nederland. De geschiedenis van de aankomst in 1951 en vervolgens de opvang was hem lange tijd niet bekend: “Ik heb het boek in één keer uitgelezen. Tot 1975 had ik nog nooit van Molukkers gehoord. Wat me bijbleef uit het boek is de machteloosheid van de ouders, de drugsverslaving van de tweede generatie en ook het stuk waarin Dinah beschrijft hoe verbaasd ze is als een Nederlands meisje haar ouders kust. Deze vormen van affectie bestonden niet in de Molukse gezinnen die zij kende. Ik heb daar zelf andere ervaringen mee.”
Het boek van Dinah Marijanan is voor 17,95 euro te koop in de Museumwinkel van Museum Sophiahof, verschillende boekhandels en is natuurlijk online te bestellen.
Voor de derde keer nodigt de Vereniging van Kumpulans in Nederland i.s.m. het Moluks Historisch Museum u uit om deel te nemen aan een inspiratiemiddag. Deze keer willen we samen met u op zoek gaan naar verbinding. Wat verbindt de verschillende generaties, de Molukse gemeenschap en de samenleving om ons heen? Zijn het de verhalen, gezongen en verteld, onder het genot van maaltijden die aan oma doen denken of die we een twist hebben gegeven? Welke rol kunnen kumpulans bij het zoeken naar verbinding spelen? Kook, zing, vertel en ontdek of dit de ingrediënten zijn die leiden tot meer ontmoeting, meer ‘lain lihat lain’.
Datum: zaterdag 14 september Inloop: 13.30 uur Programma: 14.00 – 17.30 uur Makan makan: 17.30 – 18.30 uur Plaats: Sophiahof, Moluks Historisch Museum, Sophialaan 10 Den Haag Aanmelden: kan tot 9 september per mail thenu.alex@gmail.com of jeannyvreeswijkmanusiwa@gmail.com
Programma
Host: Esther-Clair Sasabone
14.00 uur: welkom en opening van het programma met Joenoes Polnaija
14.15 uur: Inspiratietafel I ‘Molukse kumpulan 70 jaar in Nederland vindplaats van verhalen en kennis over Molukse verwantschapsgeschiedenis’, een nieuw project mogelijk gemaakt door het Ministerie van VWS. Jeanny Vreeswijk-Manusiwa
Inspiratietafel II Luma Tau, uitwisselen van verhalen rondom verwantschap, rituelen en dorpen van herkomst: wat willen we overdragen? Jan Lawalata
Inspiratietafel III: de betekenis van samen eten, samen koken: wat weet je nog van de familietafels tijdens bruiloftsfeesten, medja petai anak perempuan, medja terima kasih, makan patita, en de voorbereidingen hiervan? Wat hebben we hiervan overgehouden? Leni Wenno-Sapulette
15.00 uur: Tweede ronde inspiratietafels
15.45 uur: Derde ronde inspiratietafels
16.30 uur: Interactieve samenvatting en afspraken voor vervolg
16.45 uur: Afsluiting van de dag met Badan Kesenian, zang en dans uit Maluku Tenggara, de Kei en Tanimbar eilanden
17.00 uur: Makan makan sama sama
De tentoonstelling ‘Vechten voor Vrijheid’ kunt u gratis bezoeken. Vanwege Open Monumentendag bieden wij gratis entree. Het museum is geopend van 11.00-17.00 uur
Deze column verscheen in de MHM nieuwsbrief van juni 2015.
In mei verscheen de biografie ‘Jan Pieterszoon Coen, 1587-1629 Koopman-Koning in Azië’ van de historicus Jur van Goor. Ik heb het boek nog niet gelezen, maar volgens een interview in dagblad Trouw van 23 mei, stelt de historicus de slechte reputatie van de VOC-commandant bij. Coen zou, volgens Van Goor, een man zijn geweest die overwogen beslissingen nam op basis van het toen geldende recht. De terechtstelling van veertig tot vijftig leiders van de Banda-eilanden, een van de gruwelijkste daden die Coen gebruikte om het handelsmonopolie over de nootmuskaat te verkrijgen, kwam volgens Van Goor omdat deze mensen in Coens ogen hun woord hadden gegeven en verraad hadden gepleegd. En daar stond de doodstraf op.
Tja, maar waarom kon de heer Coen, zo’n 12.500 kilometer verwijderd van zijn geboorteplaats Hoorn, zijn gevoel van rechtvaardigheid opleggen aan anderen?
Tja, maar waarom kon (en mocht) de heer Coen, zo’n 12.500 kilometer verwijderd van zijn geboorteplaats Hoorn, zijn gevoel van rechtvaardigheid opleggen aan anderen? Dankzij zijn ‘daadkracht’ in Banda zijn Molukkers en de Molukken blijvend verbonden met discussies over het handelen van J.P. Coen, over zijn standbeeld op de Rode Steen in Hoorn en als er iets over Coen wordt georganiseerd. En uiteraard zullen Molukkers dan een kritische noot laten klinken. De creatiefste kritische noot die ik mij herinner was die van de Molukse kunstenaar Willy Nanlohy in 1987. Het Westfries Museum in Hoorn herdacht in dat jaar, vier eeuwen na Coens geboortejaar, de beroemde plaatsgenoot met de tentoonstelling ‘J.P. Coen, daden en dagen in dienst van de VOC’. Ruud Spruyt, de toenmalige directeur, wilde daar graag Molukkers bij betrekken. In de kelders onderin het museum was ruimte voor ‘Molukse tekens’, een tentoonstelling van Willy’s beelden. En er waren meerdere Molukse artiesten uitgenodigd voor de opening in de Oosterkerk van Hoorn, in aanwezigheid van Prins Claus.
Prins Claus nam het zwartboek kalm in ontvangst
Rouwdoeken
Toen Willy bezig was zijn beelden te installeren en even boven ging kijken naar de nieuw ingerichte tentoonstelling schrok hij zich lam. Wat hij zag was een en al bejubeling van de man die zo had huisgehouden op Banda. Willy kon zich niet meer zomaar terugtrekken en bedekte zijn beelden met zwarte kleden, als teken van rouw. Ook bedacht hij iets voor de opening, waarin hij mij en enkele Molukse vrienden betrok. Via via hoorden wij dat uit verschillende delen van het land Molukkers naar Hoorn zouden komen om de opening te verstoren. Om te voorkomen dat daardoor Willy’s actie zou mislukken, probeerden we heftige protesten te voorkomen. Op de dag van de opening, 19 mei 1987, verscheen Willy in de Oosterkerk in Tjakalele outfit. De tweede stoel die voor zijn partner op de eerste rij gereserveerd was hield hij vrij voor de geest van zijn grootvader. Toen het programma goed en wel op gang was gekomen, tijdens het optreden van een Molukse band, stond Willy op en liep naar Prins Claus om hem een zwartboek over de Molukse geschiedenis te overhandigen. Claus nam het zwartboek kalm in ontvangst. Waarna een aantal mensen, die met vervalste kaartjes waren binnengekomen, opstonden om pamfletten over Willy’s actie uit te delen. In tegenstelling tot Claus reageerden andere aanwezigen behoorlijk verhit. De Molukse band, wiens optreden door Willy was verstoord, was pissig omdat ze niet van te voren was geïnformeerd. Maar vooral meneer Spruyt was enorm boos. Naar verluid zegde hij direct zijn (gratis) abonnement op Marinjo op. Terwijl het arme Inspraakorgaan Welzijn Molukkers, dat indertijd Marinjo uitgaf, er niets mee te maken had en niets wist van Willy’s plannen.
Maar vooral meneer Spruyt was enorm boos. Naar verluid zegde hij direct zijn (gratis) abonnement op Marinjo op.
Willy’s actie was een schreeuw van protest tegen de bejubeling van meneer Coen en een roep om ook aandacht te besteden aan de Molukse visie op de geschiedenis. Het tentoonstellingspubliek zal daar toen weinig van hebben meegekregen. Directeur Spruyt had Willy’s beelden immers van hun rouwkleden ontdaan. De persfoto van de overhandiging van het zwartboek haalde later nog wel een (Kleio) geschiedenisboekje als illustratie voor hoe op verschillende manieren naar de VOC-geschiedenis gekeken werd. Daar was Willy’s actie teruggebracht tot een nuancerende noot in een geschiedenisles.
Tjakalele bij volle maan
In kleine kring klonk ruim een jaar later nog één keer, bijna letterlijk, een echo van Willy’s protest. Op de avond van de laatste volle maan in december 1988 toog Willy met een groepje vrienden naar het Molukse woonoord Lunetten in Vught. Op de plek waar hij geboren was zou hij het hele gebeuren symbolisch beëindigen. Hij had de rouwkleden bij zich om ze te verbranden en in rook te laten vervliegen. Klokke 12 uur, middernacht, klonk daar op het centrale veld het geluid van enkele tifa’s. In het maanlicht dat af en toe tussen de wolken glipte en in de flakkerende schijn van de brandende doeken in een oliedrum tussen de tifaspelers, zag men Willy een Tjakalele opvoeren. Geen ingestudeerde passen of bewegingen, maar een echt schijngevecht met de geesten die de Molukse geschiedenis hadden bezoedeld. Het geruis van zijn dansende blote voeten op het gras en het zwiepen van zijn parang door de lucht, was te horen tussen de tifaslagen die werden weerkaatst door de muren van de barakken. Het was voor mij als de echo van een gevecht dat ooit in Banda was begonnen.